Generaal Maczek Museum      

                                                                   2001

                                                                                                                              

Door op een van de onderstaande links te klikken kunt u de persberichten van het
bovenstaand jaar nog eens inzien.

Maczekmuseum zondag weer toegankelijk (14 februari)
'De Poolse bevrijders waren mijn helden' (22 februari)
Volksbuurt Vurhaai herleeft nog eens (02 mei)
Werk Pool in Generaal Maczekmuseum (12 juli)
Foto Maczekmuseum roept vragen op (13 september)
Oorlogsfoto gemaakt in S. Weimarlaan (21 september)
Kazernes doen poorten op slot (09 oktober)
'Ik ben trots op deze Poolse soldaten' (10 oktober)
'Ik moest naar Breda, dat was my duty' (02 november)

 

 

 Van onze verslaggever

Maczekmuseum zondag weer toegankelijk

Het Generaal Maczekmuseum in Breda is komende zondag van 14.00 tot 17.00 uur weer toegankelijk voor het publiek. Naast de permanente tentoonstelling is er ditmaal een wisselexpositie van schenkingen aan het museum te zien.


Uit de nalatenschap van veteranen van de Eerste Poolse Pantserdivisie, die Breda in 1944 bevrijdden, krijgt het museum vaak zaken aangeboden: van militaria tot herdenkingstegels. Met die dingen pakt het museum zondag uit. Er zijn ook beeld- en geluidspresentaties.
Het museum ligt op het terrein van de Trip van Zoudtlandtkazerne. Bezoekers dienen gebruik te maken van de ingang aan de De la Reyweg. De toegang is gratis. Dat geldt ook voor het parkeren op het terrein van de kazerne.

top                                                                                                                   Het auteursrecht van dit artikel berust bij Wegener NV
 

 Van onze verslaggever

'De Poolse bevrijders waren mijn helden'

Bredanaar T. Peeters is al sinds 1974 als vrijwilliger actief voor de Poolse gemeenschap. Hij werkt in het Generaal Maczekmuseum. Peeters' activiteiten hebben alles te maken met zijn ervaringen tijdens de bevrijding van Breda in 1944.

BREDA - "Ik was nog maar een snotkoker van 14 jaar. Al dagen van te voren hoorde je vanuit Breda gerommel in de verte. Het kwam steeds dichterbij en de mensen vertelden dat de bevrijding op komst was. Opeens hingen overal plakkaten. Daar stond op dat iedereen zich in kelders moest verschuilen."
"Wij woonden aan de Ginnekenweg. Wij en nog andere families gingen met z'n allen naar de schuilkelder van onze buurman. Daar was het koud, vochtig en benauwd. En veel te klein voor zoveel mensen. Buiten knalden de geweerschoten en de ontploffingen. Ik was bang."

Helden

"Opeens hoorden wij vanuit de kelder Duitsers schreeuwen en schelden: 'Scheisse' en 'Die verdammten Polen'. Dat verbaasde ons. We dachten dat de Engelsen, Amerikanen of Canadezen ons zouden bevrijden. Maar Polen?"
"Vanuit het huis zag ik zondag 29 oktober 1944 de tanks van het Poolse leger langsrijden. Helden in mooie uniformen deelden sigaretten en chocolade uit. Kinderen klommen op de tanks. Ik zat binnen en kreeg niets. Ik mocht van mijn vader niet naar buiten, want dat vond hij veel te gevaarlijk."
Na de bevrijding bleven circa 250 veteranen in Breda hangen. En 'tijdens een wodkaatje', leerde Peeters zijn helden, de veteranen, beter kennen. Al snel groeide daar een vriendschap uit.

Schooien

Peeters begon zijn activiteiten voor de Poolse gemeenschap in 1974 met een collecte. "Dat was één keer en nooit meer. Vreselijk, schooien om een kwartje." Hij kwam op het idee folders over de Poolse bevrijders te maken en die aan de deur te verkopen. Zo kon hij een tegenpresentatie leveren voor het geld waar hij om vroeg.
"Die avond ging ik aan mijn typemachine zitten. Aan het eind van de avond zei ik tegen mijn vrouw: 'Zo het eerste hoofdstuk is af'." Dat was het begin van het eerste boek.
Tussen 1974 en 1998 schreef Peeters, naast zijn baan als leraar Duits, drie boeken over het Poolse leger. Al het geld dat de boeken opleverden, ging direct naar de Veteranen Club in Breda. De club gebruikte dat geld om oud-strijders in Polen naar Breda te halen. Ze bezochten hier de graven van hun overleden kamaraden. Ook gingen zij terug naar de plekken waar ze gevochten hadden.
Peeters organiseerde ook drie keer achter elkaar de zanghulde. "Bredase kinderen zongen bij het Poolse volkslied als de veteranen op bezoek kwamen. Dan zag je de tranen over hun wangen stromen. Prachtig."


Persberichten

Sinds een jaar werkt Peeters (evenals 25 anderen) als vrijwilliger bij het Generaal Maczekmuseum, gevestigd in de Trip van Zoutlandkazerne.
Hij is er zo'n vijf uur per week aan kwijt. Peeters doet rondleidingen en verzorgt persberichten.
Dat het museum, zonder subsidie, nog steeds draait en zelfs steeds groter wordt, is volgens Peeters het wonder van 'Czestochowa' (een bedevaartsplaats gewijd aan de zwarte Madonna).

Druk bezig

Peeters is nu 70 en nog niet van plan te stoppen met het vrijwilligerswerk. Hij is nog druk bezig met het museum een verjongingskuur te geven. Ook wil hij basisscholen interesseren voor rondleidingen.
"Ik kan pas echt stoppen met dit werk, als ik weet dat er een goede opvolger voor mij is gevonden."
Solliciteren voor een vrijwilligersbaantje bij het Generaal Maczekmuseum kan bij de museumbeheerder F. Bogdanowicz tel. 076-5274089.

top                                                                                                                   Het auteursrecht van dit artikel berust bij Wegener NV

 

 Van onze verslaggever

Volksbuurt Vurhaai herleeft nog eens

OOSTERHOUT - De Vurhaai, de voormalige Oosterhoutse volksbuurt die inmiddels keurig is omgedoopt tot Slotjes-Oost, herleeft nog een keer.

Op 4 mei is in buurthuis Heidehof aan de Antoniusstraat een foto-expositie te zien met talloze plaatjes uit de (zeer) oude doos. De expositie volgt op de kop af vijftien jaar na het evenement 'De Vurhaai herleeft', toen ook met foto's maar bijvoorbeeld ook met een nostalgische processie. Destijds bracht die manifestatie een volksoploop teweeg.
De aanleiding voor de herhaling is volstrekt toevallig.
Initiatiefnemer Henk van Bijnen: "Vanuit het Maczekmuseum in Breda kwam het verzoek om Oosterhouts materiaal uit de tijd van de bevrijding. Toen ik op zolder aan het zoeken was kwam ik de foto's weer tegen van toen. Toen ontstond het idee om de tentoonstelling nog eens te herhalen. Zeker nu er weer volop gebouwd gaat worden aan de Antoniusstraat en op de Pauluswerf vervagen de laatste beelden van wat eens de Vurhaai was. Bovendien begint de generatie die nog echt veel herinneringen heeft aan de Vurhaai uit te sterven."
Henk van Bijnen heeft voor de inrichting van de tentoonstelling de hulp ingeroepen van pastoor Harry Valk, fotograaf Cor Huijven en van Jan de Bodt en Nol Ripzaad. Talloze foto's van oude straten en huizen, de molen die in de oorlog verwoest werd en allerhande oude taferelen van voorheen de Vurhei zijn op vrijdag te zien, 's avonds van zeven tot elf uur. Ook op zaterdag kan men tussen twee en vijf uur 's middags terecht. Blijkt de tentoonstelling dan weer dezelfde overweldigende belangstelling te krijgen als vijftien jaar geleden, dan wordt wellicht ook op zondag de tentoonstelling nog geopend.

top                                                                                                                   Het auteursrecht van dit artikel berust bij Wegener NV

 

 Van onze verslaggever

Werk Pool in Generaal Maczekmuseum

Donderdag 12 juli 2001 - BREDA - Het Generaal Maczekmuseum in Breda, komende zondag weer open voor het publiek, heeft de afgelopen maand opnieuw een aantal interessante voorwerpen in zijn collectie op kunnen nemen.


Topstuk daarin is volgens Jos van Alphen van het museum een groot schilderij met als titel 'Wapenbroeders', gemaakt door prof. Christo Stefanoff. Het museum heeft dat schilderij in bruikleen ontvangen van het Koninklijk Huisarchief en het is een geschenk van Christo Stefanoff en diens vrouw Irena aan koningin Wilhelmina bij haar vijftigjarig regeringsjubileum.
Het Generaal Maczekmuseum had al vier andere schilderijen van dezelfde schilder. Ze waren in de regio Breda in de vergetelheid geraakt maar fungeren nu als regelrechte 'eye catchers' op de permanente expositie in het museum.
Professor Stefanoff en zijn vrouw waren als leden van het Poolse verzet door de Duitsers opgepakt. Ze verbleven in verschillende concentratiekampen om tenslotte in Bergen-Belzen te worden bevrijd. Daarna meldden ze zich bij generaal Maczek, die daar vlakbij met zijn 1e Poolse Pantserdivisie als bezettingsmacht was gelegerd. Ze werden als burgers in dienst genomen. Christo Stefanoff begon schilder- en tekenles te geven aan Poolse kinderen. Daarnaast maakte hij schilderijen en oorkondes die bij allerlei plechtigheden door de 1e Poolse Pantserdivisie werden aangeboden. Zo kwamen ook de eerder genoemde schilderijen in Breda terecht.
Na de oorlog verbleef het echtpaar Stefanoff een tiental jaren in Nederland. Stefanoff hield een aantal exposities waar hij zijn werk verkocht en als gevolg daarvan zijn er nog veel van zijn schilderijen in Nederland in omloop.
Daarom gaan de mensen van het Generaal Maczekmuseum een onderzoek doen naar het leven en werken van de Stefanoffs met de bedoeling om daar volgend jaar de resultaten van te laten zien met een tentoonstelling onder de naam Poolse kunst gerelateerd aan de 1e Poolse Pantserdivisie.
Het museum op de Trip van Zoudtlandtkazerne is zondag open van 14.00 tot 17.00 uur. De ingang is tijdelijk verplaatst van de De la Reyweg naar de Lovensdijkstraat 10.

 

top                                                                                                                   Het auteursrecht van dit artikel berust bij Wegener NV

 

 Van onze verslaggever

Foto Maczekmuseum roept vragen op

Donderdag 13 september 2001 - BREDA - Het Generaal Maczekmuseum in Breda opent komende zondag zijn deuren weer voor het publiek en heeft onder meer een speciale foto 'in de aanbieding'.

De foto is in Breda genomen, kort nadat de stad bevrijd was door de Polen. Een Bredanaar stak de draak met de 'wonderwapens' van de Duitsers, de V2 en de V3 die nog in ontwikkeling waren op dat moment. Poolse militairen bekeken de 'spotprenten'.
Een oorlogscorrespondent maakte de foto, die over heel de wereld ging. "We weten niet meer dan dat de foto de eerste dagen van november 1944 is gemaakt, maar wij zoeken nog steeds naar de straat en de bewoners", zegt Jos van Alphen van het Generaal Maczekmuseum. "We zijn overal al geweest, in de Van Goorstraat en de Eerste en Tweede Markstraat, want in die buurt zou het huis gestaan kunnen hebben, maar we hebben het niet kunnen vinden."

Terreur

Volgens Jos van Alphen kwam de Duitse terreur met de V1 en de V2 pas goed op gang in de tijd nadat Breda bevrijd was. Vanuit de Achterhoek bestookten de Duitsers het bevrijde Antwerpen en Londen met de V1-raketten, die erg onbetrouwbaar waren. Veel van die wapens haalden hun doel niet, maar vielen neer op Nederlands grondgebied. In Oosterhout, Breda en Tilburg kwamen bijvoorbeeld V1's neer, met verwoestende gevolgen. Daarbij vielen volgens Jos van Alphen vele tientallen doden. "De V1 hoorde je aankomen met zijn pruttelende motor, de V2 hoorde je helemaal niet. Die was nog gevaarlijker."
Er zijn komende zondag ook nog veel andere foto's te zien in het museum, dat open is van 14.00 tot 17.00 uur. "We hebben deze maand geen speciaal thema, want we zitten in de rommel", legt Van Alphen uit. "De kazerne wordt stevig verbouwd en wijzelf zijn een nieuwe tentoonstelling aan het inrichten." Vanwege de verbouwingen kunnen bezoekers alleen binnen langs een tijdelijke ingang aan de Lovensdijkstraat.

Open dagen

De open dagen van het museum trekken altijd veel belangstellenden, maar er bestaat niet alleen in Nederland interesse in generaal Maczek. In Polen is dat niet anders.
Daar is een soort wedstrijd in geschiedschrijving over Maczek uitgeschreven en die is gewonnen door een school. Op 10 en 11 oktober komen de jongens en meisjes naar Breda en bezoeken ze dan ook het Generaal Maczekmuseum.
De directeur van het Poolse Legermuseum komt binnenkort eveneens een kijkje nemen in Breda, gevolgd door een tegenbezoek aan Polen.

top                                                                                                                   Het auteursrecht van dit artikel berust bij Wegener NV

 

 Van onze verslaggever

Oorlogsfoto gemaakt in S. Weimarlaan

Vrijdag 21 september 2001 - BREDA - In november 1944 maakte een Bredanaar van zijn huis een soort spotprent van de Duitse V1 en V2, die na de bevrijding van Breda dood en verderf zaaiden in veel Nederlandse steden en dorpen.

Een oorlogscorrespondent maakte een foto van de 'spotprent', die heel Europa doorging. Een aantal Poolse bevrijders keek (waarschijnlijk op verzoek van de oorlogscorrespondent) naar het tafereel. Vorige week drukte BN/DeStem die foto af. Het Generaal Maczekmuseum in Breda stelde de foto ook tentoon. Jos van Alphen van het museum had ondanks veel naspeuringen één probleem, hij wist niet waar de foto in Breda genomen was.
Dat is inmiddels wél bekend door veel brieven en telefonische reacties van Bredanaars aan het adres van het museum (en ook BN/DeStem). De foto is gemaakt van het pand Saksen Weimarlaan 7. Het huis bestaat nog steeds en er is nauwelijks iets aan veranderd. De panden naast het huis zijn dat wel. "Daarom was het ook zo moeilijk om de plaats te vinden", zei Jos van Alphen gisteravond. "Het is goed dat we het adres nu weten."
Hij trok ook een parallel tussen de situatie aan het eind van de Tweede Wereldoorlog en de aanslagen in New York en Washington.
"De V1 bijvoorbeeld vormde een enorme terreuractie tegen de burgerbevolking. De Duitsers schoten ze vanuit de Achterhoek af op Antwerpen en Londen, maar ze kwamen met hun pruttelende motoren ook in Oosterhout en Breda terecht, waar veel doden vielen. In Antwerpen kwam een V1 terecht op de bioscoop Rex, waarbij 350 doden zijn gevallen."

top                                                                                                                   Het auteursrecht van dit artikel berust bij Wegener NV

 

 Van onze verslaggevers

Kazernes doen poorten op slot

Dinsdag 09 oktober 2001 - BREDA/GILZE-RIJEN - In verband met de oorlog in Afghanistan geldt voor de complexen van alle krijgsmachtonderdelen een verhoogde staat van paraatheid. Het ministerie van Defensie heeft alle groepsbezoeken en excursies op militaire complexen opgeschort.

"Afhankelijk van het complex zullen sommige bezoeken wellicht door kunnen gaan, maar in principe staan de bezoeken op een laag pitje", zegt een Defensiewoordvoerder. Dat geldt ook voor het bezoek aan de musea op militaire terreinen. Zo is het Generaal Maczekmuseum op de Trip van Zoutlandkazerne in Breda met ingang van gisteren voor onbepaalde tijd gesloten. De maatregel dupeert een groep Poolse schoolkinderen die het museum vandaag zou bezoeken.
Ook op de vliegbasis Gilze-Rijen zijn de veiligheidsmaatregelen verscherpt. Alle excursies op de vliegbasis zijn afgezegd. De afdeling Voorlichting laat weten dat er geen onbevoegden meer het terrein op mogen.
De verscherpte controles van de marechaussee op inkomend verkeer op de vliegbasis Woensdrecht hebben gistermorgen geleid tot verkeersopstoppingen in Hoogerheide. Bovendien was maar één toegangspoort open. Normaal zet de vliegbasis in de ochtend- en avondspits twee extra poorten open, maar die blijven voorlopig gesloten.
De politie in Midden- en West-Brabant en Zeeland is dezer dagen extra waakzaam. Surveillerend personeel en wijkagenten hebben de opdracht gekregen uit te kijken naar 'vreemde' dingen.
De politie in Zeeland zegt vooral te investeren in netwerken. "Onze wijkagenten houden bijvoorbeeld intensief contact met moslimorganisaties. Als er spanningen rijzen, komen we dat tijdig te weten", stelt korpswoordvoerder J. van Mourick.
In Zeeland let de politie tevens extra op grote Amerikaanse bedrijven. "Op de surveillances rijden we niet langs die bedrijven, maar maken we een praatje met de beveiliging", illustreert de woordvoerder.
De politie zet hiervoor niet meer mensen in. "Maar we zijn wel meer alert op zaken die we niet normaal vinden, zonder dat we precies kunnen aangeven wat dat nou is. Want dat is het lastige van deze situatie", stelt woordvoerder P. van der Mark van de politie Midden- en West-Brabant. "Bij problemen gebruiken we de normale draaiboeken voor opschaling van de organisatie, zoals bijvoorbeeld ook bij de mkz-crisis is gebeurd."

top                                                                                                                   Het auteursrecht van dit artikel berust bij Wegener NV

 

 Van onze verslaggever


'Ik ben trots op deze Poolse soldaten'

Woensdag 10 oktober 2001 - BREDA - Ze reisden twee weken lang door Noord-Europa, in de voetsporen van de Eerste Poolse Pantserdivisie. De reis eindigde gisteren bij het graf van de charismatische generaal Maczek aan de Ettensebaan in Breda. 27 Poolse schoolkinderen stonden even stil bij de heldhaftige daden van hun voorvaders.

Poolse kinderen bezoeken het Pools Militair Ereveld: 'Het is belangrijk dat de kinderen de geschiedenis kennen'.
Foto: Cor Viveen

Zijn het normaal gesproken vooral met lintjes en medailles volgespelde grijze oorlogsveteranen die het Pools Militair Ereveld bezoeken, gisteren stopte er een bus met publiek van aanzienlijk jongere leeftijd. Elf, twaalf, dertien jaar waren ze, de Poolse schoolkinderen, en ze waren zichtbaar onder de indruk. Niet zozeer van de 160 kruizen in het groene gras, want militaire begraafplaatsen hebben ze op hun reis door Normandië en België al wel meer gezien. Nee, de keurige staat waarin de begraafplaats verkeert, dát maakt indruk. "Je kunt zien dat de mensen de Polen die hier in de Tweede Wereldoorlog gesneuveld zijn nog steeds eren", zegt de 12-jarige Damiel Damilewicz. "Ik ben trots op deze Poolse soldaten."
De kinderen wonnen de reis in Polen bij een wedstrijd, waarvoor ze werkstukken moesten maken over de Tweede Wereldoorlog. Ze hebben kaarsjes en bloemen meegebracht die ze bij het monument op de begraafplaats neerleggen. Speciale aandacht en een extra kaarsje is er natuurlijk voor het graf van generaal Maczek, de man die de Eerste Pantserdivisie op zijn triomftocht door Europa leidde.

"Maczek is een held", vindt Damiel, wiens overgrootvader onder generaal Anders vocht om Europa van de nazi's te bevrijden. "We hebben veel over Maczek gelezen. Het is indrukwekkender om met eigen ogen te zien langs welke weg de Eerste Pantserdivisie door Europa trok." Ook de 11-jarige Klaudio Piszczyk kijkt haar ogen uit. "Ik vind het meestal niet zo prettig om op een begraafplaats te komen", zegt ze. "Maar deze is wel mooi."
De Poolse oorlogsveteraan Dwojak, met baret en medailles, vertelt de kinderen over de oorlog. "Ik vind het belangrijk dat de kinderen de geschiedenis kennen", zegt Dwojak. "Uit de geschiedenis moeten ze lessen trekken voor de toekomst."
De kinderen zouden eigenlijk ook een bezoek brengen aan het Generaal Maczekmuseum op de Trip van Zoutlandtkazerne in Breda, maar wegens de verscherpte veiligheidsmaatregelen in verband met de oorlog in Afghanistan gaat dat bezoek niet door.
Volgens J. van Alphen van het Maczekmuseum komen er steeds vaker jonge Polen naar Breda. "Ze bezoeken de begraafplaats en het museum. Je merkt dat de Poolse jeugd nieuwsgierig is naar de geschiedenis. De Poolse bijdrage aan de bevrijding van Europa is in de communistische tijd doodgezwegen. Dat de Polen Breda bevrijd hebben stond toen niet in de geschiedenisboeken.

top                                                                                                                   Het auteursrecht van dit artikel berust bij Wegener NV

 

 Van onze verslaggever

'Ik moest naar Breda, dat was my duty'

Vrijdag 02 november 2001 - BREDA - Zijn vader was een van de Poolse bevrijders van Breda en bracht de winter van 1944-1945 door in de stad en aan het front, vocht bij Capelsche Veer.

Zoon Christopher F. Cincio wilde dolgraag zien in welke streken van West-Brabant zijn vader gevochten had, maar kreeg nooit echt de kans. "My roots are attached to this region", zei hij, "mijn wortels liggen in deze regio." En dus vond hij het zijn plicht om rond te kijken en rond te rijden in de buurt van Breda, om de route van zijn vader te volgen.
Gisteren ontving Jos van Alphen van het Gen. Maczekmuseum Cincio en diens overste Carter om oude foto's te laten zien, om te praten over de oorlog en om naar Capelsche Veer te gaan, waar zo zwaar is gevochten door Poolse en Canadese soldaten tegen de Duitsers.
"Mijn vader sprak vaak over de oorlog, maar nooit wat hem was overkomen. Hij sprak vaak over Gent, waar mijn moeder vandaan kwam, maar hij sprak vooral veel over de bevrijding van Breda. Voor de Poolse soldaten was en is Breda een belangrijke stad. Voor het gevoel voor de geschiedenis moest ik hier naartoe. Als je jong bent, zijn het alleen mooie verhalen van je vader, maar als je ouder wordt gaat het meer leven", legde hij gisteren uit. Veel van zijn collega-militairen kennen de oorlog en de bevrijding alleen uit boeken, maar de sergeant-majoor heeft nu de streek gezien waar zijn vader gevochten heeft. "Dat is goed, ook om door te geven aan mijn collega's." Het oorlogsgeweld is aan Canada voorbij gegaan, niet aan zijn soldaten die naar Europa kwamen om verschillende landen te bevrijden. Cincio hoort in zijn vaderland de verhalen van Poolse en Canadese oud-strijders, die na de bevrijding zo goed zijn opgevangen in Nederland. "Daar zijn ze zeer dankbaar voor. Zelfs nu nog na zóveel jaar worden ze in Nederland enorm vriendelijk ontvangen, dat is nergens anders in Europa, zelfs niet in België. Heel bijzonder."

Christopher F. Cincio's vader bleef na het einde van de Tweede Wereldoorlog nog een paar jaar in het bezettingsleger in Duitsland. In 1948 vertrok hij naar Engeland en een jaar later naar Gent, waar hij trouwde. In 1951 emigreerde het paar naar Canada, naar St. Katherine's in Ontario. Cincio volgde de voetsporen van zijn Poolse vader en ging als Canadees in het Canadese leger. Inmiddels is hij sergeant major van het Lincoln & Welland Regiment, dat indertijd zij aan zij met zijn vader vocht. "Ik moest naar Breda toe, dat was my duty."
Het Lincoln & Welland Regiment bevrijdde in 1944 Bergen op Zoom en vocht samen met de Polen bij Capelsche Veer. Bij Bergen op Zoom is een Canadees ereveld en daar worden vandaag twee in de oorlog gesneuvelde Canadese militairen officieel begraven. Om die twee de militaire eer te bewijzen is Christopher F. Cincio ook naar Nederland gekomen.

top                                                                                                                   Het auteursrecht van dit artikel berust bij Wegener NV

12-03-2010 ◊ LAST UPDATE

     

    NAAR BOVEN TERUG