Generaal Maczek Museum

![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
De Haagse Post en Joris van den Bergh over boswachter Neefs:
‘Na zijn vlucht wist hij dat alle helpenden in doodsgevaar kwamen’
Door Rinie Maas
‘’ In zijn groene pak was hij voor de Duitsers de wandelende verdachte bij uitstek’’. Hoe verging het, na de verschrikkelijke aanslag met de vele moorden is, de man die de post Vloeiweide onderdak verleende: jachtopziener Neefs. Hij weet dat iedereen die een helpende hand uitsteekt in groot levensgevaar kan brengen. Van Henkes krijgt Neefs geld om te overleven. ‘’ Hij leeft als een opgejaagd dier’’, vertelt Joris van den Bergh.
Boswachter
Neefs is 10 jaar werkzaam als kazerne reiniger in Breda. Hij vertrekt dan voor
een paar jaar naar Zierikzee en verhuist tenslotte naar een zolderetage in
Ulvenhout onder de rook van zijn geboortestad. Vijf van zijn kinderen hebben hun
leven kunnen redden, vier dochters emigreerde naar Canada, een zoon bleef in
Breda. Volgens de Haagse Post in 1966 ‘weigert hij met journalisten te praten’….
En dat is beslist niet waar! Enkele jaren geleden heeft hij zijn zienswijze op
het gebeurde heel goed verteld voor het toenmalige TV Gazet. Daarna had hij
via via een afspraak met de Bode. Maar dat is uitgesteld door overmacht
dezerzijds. En van uitstel komt afstel. Dat we zouden en zullen praten staat
nog altijd vast..
Verborgen in het veld
‘De jachtopziener zelf wordt na de oorlog wel niet meer gezien. Ooggetuigen verklaren, dat hij direct na het begin van de slachtpartij is gevlucht; zelf vertelt hij, dat hij pas aan het einde is verdwenen toen hij door de conclusie was gekomen, dat hij de toch niets mee kon uitrichten’’, aldus de Haagse Post. Hij houdt zich een paar dagen schuil in het veld, wordt tenslotte toch door de Duitsers opgepakt, maar weet met de hulp van een rijkswachter vlak voor de bevrijding uit een cel in het politiebureau van Zevenbergen te ontsnappen. De krant vermeld dat hij 1945 opnieuw trouwt en zijn tweede vrouw van Duitse afkomst is. Dat kan gevoelig zijn maar in de praktijk van het leven ligt het anders: klikt het dan is dat een normaal gegeven. Na zo’n slachtpartij zou je gruwelen van wat Duits is. Maar een is de andere niet.
Een Duitse vrouw
in dit verband mag ik tijdens 1940- 1945 nog eens wijzen op een buitengewoon goede Duitse vrouw Helga Bömer, die in Breda door het leven gaand met een NSB’er. Om haar huwelijk overeind te houden - want scheiden in deze tijd is geen kleinigheid – is ze het zoveel mogelijk met hem eens, ogenschijnlijk. Maar 's nachts haalt ze zijn notitieboekje uit zijn jasje en kijkt ze wie hij heeft genoteerd om aan te geven voor razzia. Terug in bed heeft ze bruggetjes geleerd om de adressen te onthouden. Breda is ook niet meer dan binnenstad, de ringen er omheen, Ginneken en Prinsen hage en de del Belcrumpolder. Heel de oorlog ging mevrouw Bömer de mensen af, zodat ze zich op tijd konden verplaatsen. Het lukte ook niet altijd. Want in dat geval zou ze zelf tegen de lamp gelopen zijn. Maar heel vaak kon zijn mensen van een wisse dood redden, en het loon van deze dappere Duitse verzetsvrouw? Na de oorlog werd ze, vanwege het enkelvoudige feit, dat ze Duitse was, diep vernederd. Een terughoudend oordeel past hier. Er waren duizenden voortreffelijke Duitse vrouwen!
Nachtmerries
de Haagse Post vervolgt dat Neefs met informatie en herinneringen niet terughoudend is. Hij is in 1966 69 jaar en leeft van zijn AOW en een kleine pensioentje van defensie voor de periode dat hij kazerne reiniger was. Een Zijn kamer hangen foto's van zijn eerste vrouw en zijn drie omgekomen kinderen. Hij vertelt, dat hij de overval in nachtmerries opnieuw beleefd, maar dat de littekens niet steeds schrijnen als een open wond. Hij vraagt zich af, waarom er in de geschiedschrijving over het verzet in Nederland met geen woord over de Vloeiweide wordt gerept. ‘’ Ik heb dr. de Jong van de Oorlogsdocumentatie indertijd eens foto's gestuurd, maar ik heb nooit gemerkt dat hij er iets mee gedaan heeft’’ volgens de Haagse Post antwoordt de jong daar op dat er in Nederland 10.000 verzet mensen zijn gevallen en het zijn werk niet was.
Onverwerkt verleden
Over jachtopziener Neefs merkt de Haagse Post op dat Neefs geen populaire figuur is bij de overige familieleden van de slachtoffers die zich hebben verenigd in het Comité Vloeiweide, dat jaarlijks een sobere herdenking op het toneel van de strijd organiseert. Een lezer moet dan wel beseften dat wij het jaar 1966 schrijven en voor het verwerken van zoveel leed is dat te weinig. Dat neemt niet weg dat toen een van de familieleden van een der slachtoffers over de Neefs eens heeft gezegd: ‘’ Hij is er, voor zover hij hebben kunnen nagaan, al in het begin als een haas vandoor gegaan. Maar elke keer als je hem spreekt krijgt de rol die hij gespeeld heeft een heldhaftiger accent’’ , waarop Neefs tegen inbrengt dat hij een van de Duitsers met een geweerkolf heeft doodgeslagen. ‘’Later heb ik er vanaf de zolder nog enkele neergelegd’’voeg de t hij eraan toe en dat stemt nauwgezet overeen met de feiten van de ooggetuigen.
De overval
Laten we kernachtig samenvatten wat het gedenkschrift Vloeiweide vier oktober 1944 over de Duitse aanval en boswachter/ jachtopziener Neefs rapporteert: ’’ de overval op de Post werd uitgevoerd door een twintigtal Feldgendarmen onder leiding van Steinmeijer, ondersteund door zeven en NSK K. mannen. Zij vertrokken vanaf de Rijsbergseweg om ongeveer 4.15 uur. Tegen 5.15 uur wordt de radio Post bereikt. Op een afstand van een paar 100 m worden twee mitrailleurs instelling gebracht. Dan gaat luitenant Steinmeijer zijn vergissing -bedoeld wordt dat hij de boswachter woning met overmoed betreedt, waarbij hij wordt gedood- en komt de reactie van de man die het commando overneemt, beter gezegd de meedogenloze represaille. Alle verzetsstrijders worden gedood de kinderen Neefs worden niet ontzien. ‘’ Moest dat nou zo? Dat is geen oorlogvoeren! ‘’ zal de dappere Verdaasdonk ter plaatsen tegen een SS’es zeggen. Het zal ongeveer 5.45 uur geweest zijn en vanuit de boswachter woning komt geen weerstand meer. Opgemerkt zij dat Neefs nog op de bovenverdieping aanwezig is.
Afgedekt door de stofwolk
Neefs blijft zitten waar hij zit. En de Duitsers en de Nederlands NSKK-mannen verlaten dan de woning, vrezen de dat dode zijn mannen achtergelaten munitie met een enkele niet ontplofte handgranaat wel eens door de explosie zou kunnen komen. Dat gebeurt niet! Maar door het mitrailleervuur is de boswachter woning volkomen uit elkaar gereten en een stuk van de langsgevel valt naar beneden. Dit betekent dat Neefs, die zich op zolder verborgen houdt, met zijn ogen en in de heldere open dag kijkt en in een gapende opening waarlangs hij kan ontsnappen. Hij grijpt zijn kans voor gerucht gedekt door vallend gesteente en voor de aanvaller aan het zicht onttrokken door een stofwolk die de omgevallen gevel omhoog blaast.
In
de aardappelgroef
Dit is het moment geweest dat Neefs uit het pand kon ontsnappen. Door het mitrailleervuur was de nok van het dak ernstig beschadigd en een groot stuk van de muur viel naar beneden waardoor jachtopziener Neefs, op welke wijze dan ook, zich naar beneden heeft laten vallen. Van wat er daarna met Neefs gebeurt wordt het feitelijk verslag gedaan door Joris van den Bergh, die het verwijt heeft gekregen dat hij van het drama te veel verhaal heeft gemaakt. Het is een vreemde aantijging als je kijkt wat hij onthult, zoals over de inzet van Verdaasdonk. Over de vluchtpoging van Neefs schrijft hij: ‘’Hij was uit de rookwolk omlaag gesprongen. In den moestuin liet hij zich een ruigen en diepen aardappelengroef vallen…. toen het vuur in het bos had opgehouden en de Duitsers zich nabij het huis hadden verzameld, kroop hij uit de groef van de struik naar de heg. Hij bereikte sluipend een zandpad waar heesters langs stonden. Achter die heesters spoedde hij zich voort en weinig minuten later stoof hij binnen bij de… de van Zundert's . Voorzichtigheidshalve was hij op enige afstand langs de boerderij gevlucht om er dan schijn aan te geven, dat hij doorliep, maar toen hij gedekt was door de schuur was hij teruggekeerd en was hij de boerderij van den andere kant binnengegaan.
Verdacht door groene broek!
Hij moest van gedaante verwisselen. van Zundert gaf hem een trui die hij haastig aantrok, en toen ging Neefs naar Piet Roovers op de Rith die hem een oude jas gaf en een pantalon, die hij over de groene broek van zijn boswachteruniform aantrok, u zult nu begrijpen waardoor ik gekozen heb voor dit fragment bij Joris van den Bergh, een passage die ontbreekt in het gedenkschrift over de Vloeiweide. Wie even nadenkt zou een ‘och ja’- gedachten hebben, die boswachter Neefs van iedere blaam, voor zover aanwezig, zuivert. De man was in die groene broek de wandelende verdachte bij uitstek. Hij, de boswachter, had zijn woning beschikbaar gesteld aan de verzetspost, die inmiddels, van uit Duitse ogen, doden van de heersende macht, op zijn geweten had. Neefs heeft geluk gehad dat de Ortscommandeur in Breda alle aandacht had om terug te trekken; zo niet dan was hij zwaar het haasje geweest.
Als een opgejaagd dier
Wat moest Neefs doen? Alle mensen die hem hielpen waagden hun leven, dat wist hij en dat wisten zij. Hij moest leven als een opgejaagd dier en hij zag maar één oplossing: door de linie naar het front. Maar hij had geen cent op zak en onderweg moest er toch geleefd worden. Hij begaf zich toen naar het landgoed van de heer Henkes die hij liet waarschuwen en de heer Henkes wam in het Mastbosje waaraan Neefs zich had verscholen en voorzag hem van geld. Maar de gekregen jas was oud en de voering kapot en Neefs verloor dat geld hij ging nu naar de Panhoeve en kreeg daar geld en toen ging hij 's nachts op pad naar de Wouwsche Plantage. Bij Putten poogde hij door de Duitse linies te komen doch hij kreeg de kans niet en rondzwervend begon hij aan zijn kinderen te denken. Het was toen als werd hij teruggedreven naar de plaats waar hij had geleefd en zijn gezin uiteen gerukt was geworden. En in de avond keerde hij bij de Vloeiweide terug!
De laffe moord op Emile Neefs
Volgens het geheime dagboek waarover de Bredase Bode kan beschikken wordt er met duidelijk Breda's accent geroepen we zullen die vuileriken eens een lesje leren een typische zin die van een NSKK-man geweest kan zijn, getuige de wapenfeiten in genoemd gedenkschrift dat er; een overdreven mitrailleurvuur op het huis wordt gericht; verschillende handgranaten in de woning worden geworpen; dat de voordeur met een handgranaat wordt verwijderd en dat twee handgranaten in de kelder ontploffing worden gebracht, waarna er van uit de keuken meer dan eens in de kelder wordt geschoten…
Door het hulpgeroep en gehuil van de kinderen wordt in de woning de actie gestaakt maar buiten in een meedogenloze aanslag op een van de kinderen Neefs plaats. Van het drama van de Post op de Vloeiweide is dit een zeer aangrijpende gebeurtenis.’ In het huis is het inmiddels een ravage; handgranaten hebben grote gaten in de muren geslagen Emile de negentienjarige zoon van Neefs wordt bij een vluchtpoging in zijn rug geschoten Hij valt vlak voor de kelderraan, waar achter zijn moeder zich met de andere kinderen verborgen houdt. ‘’ Nicht schiessen, bitte nicht schiessen’’, roept hij vertwijfeld. Een Nederlandse SS’ er geeft hem een nekschot. Uit processen- verbaal en stukken, die het bijzonder Gerechtshof na de oorlog gebruikt, om de plegers van nazi- moorden de vonnissen, is nooit naar buiten gekomen wie de laffe moord op Emile gepleegd heeft. Dat het een Nederlander was is duidelijk. Het was een en NSKK- Man.

‘Vader was
één en al toewijding voor gezin en post’
Julia en Johan Neefs over ‘broddelwerk’ in de Haagse
Post over de Vloeiweide
“Broddelwerk” noemen ze het verhaal in de Haagse Post over de Vloeiweide”. Julia en Johan Neefs, die het zelf meemaakten zijn bereid het ware en juiste verhaal te vertellen.
Door Rinie Maas

65 jaar geleden werden Brabant en Breda bevrijd door de geallieerden. Vanaf 5 september werd hun de weg gewezen om door te stoten. Dit gebeurde dankzij de post op de Vloeiweide. Boobytraps, tankvallen, asperges: ze lagen overal. De post gaf het van dag tot dag door aan de bevrijders in het gebied van Baarle Nassau tot Wouw.Boswachter Ernest Neefs had de durf om de post onderdak te geven. Vóór de post nam hij onderduikers in huis. Boswachter Neefs is een van de moedigsten geweest. Over de post op de Vloeiweide en hem de exacte feiten.
Neefs gaf de Post zijn vertrouwen
Ernest Neefs kende het terrein en hij kende de mannen van de post. Geen avonturiers. Allemaal degelijke jongens met een groot geloof in plichtsbetrachting, hoe dan ook. De post werd bemand met jongens, die een fikse studie achter de rug hadden en maatschappelijk gearriveerden, zoals Van Brautigem en Oberg, die hun mannetje stonden op de wereldzeeën. Paul Windhausen is een begenadigd artiest, leraar aan het Onze Lieve Vrouw Lyceum. Hij had liever een palet in handen dan een pistool. Die groep gaf Neefs zijn vertrouwen. Julia en Johan Neefs zijn beiden slachtoffers van de verbeten strijd op de Vloeiweide. Ze hebben alles meegemaakt. Ook het verblijf in de martelkelder; het gedreum van granaten, geweerschoten; harteloos geweld van Duitsers en vooral NSKK mannen. Julia was 7 en Johan 12. Ze waren op de leeftijd dat alles goed doordrong wat er gebeurde. Ze zagen de doden en gewonden en in eigen gezin hun dierbaren sneuvelen. Ze zagen hoe hun vader en leden van de post weerstand bood aan de overvallers. De strijd tegen die overmacht was nog het ergste om te zien en de gewelddadigheid waarmee de overvallers huis hielden. “Kunnen we dit nog eens reconstrueren?”, vraag ik prudent. Er valt een emotionele stilte, die meer zegt dan woorden. Ze kijken elkaar aan. Johan en Julia zijn me terwille. Maar dat liever niet meer, begrijp ik.
“Goeie,
eerlijke, lieve man”
“Ons vader, dat was een zo eerlijke, goeie en lieve man en vader”, zegt Julia Neefs. Ze neemt het woord en het komt recht uit haar hart! Over haar vader wil ze een bladzijde aan het boek toevoegen en tevens willen beiden korte metten maken met het verhaal in de Haagse Post over de Vloeiweide waarin op feiten en details de waarheid geweld is aangedaan. “Broddelwerk”, noemen Julia en Johan het relaas in de Haagse Post van 1966 waaruit hier werd geciteerd.
Nu kennen beiden het verschil tussen citaten die voor een geschiedkundig verteld verhaal worden weergegeven van elders en de feiten. En daarom bevat dit verhaal een secure rechtzetting. Wat de HP fout heeft wordt hier hersteld zodat het enige juiste en ware beeld wordt gegeven. Ook op details. Boswachter Neefs was, volgens de HP, na de oorlog 10 jaar kazernereiniger. Daarvoor kun je, bij wijze van spreken, ook bij de gemeente werken. De werkelijkheid is dat hij een rijksbetrekking en dus een goede positie had. “Hij werkte in het wapenmagazijn.” Hij verhuisde niet naar Zierikzee. Maar naar Capelle Biezelinge. De ouders kregen vaart en keerden terug naar Ulvenhout waar ze een bovenhuis in de Dorpsstraat hebben bewoond”.
“De film moest weer afdraaien”
Julia schetst nog eens haar vader, die iedere keer, gedurende drie jaar tot en 1948 de moed had te getuigen voor het Bijzonder gerechtshof in Den Bosch ter ere van zijn vrouw die hij had verloren en zijn kinderen. Het getuigenis van Neefs was nodig om de barbaren die huishielden op de Vloeiweide gevangenisstraffen te geven, enkele levenslang. Suykerbuyk kreeg de doodstraf. “Voor vader is dat confronterend geweest”, benadrukt Julia. En er blinkt een traan in haar ogen. “De film moest hij weer afdraaien. Het recht moest zijn loop hebben. Hij wilde vonnis voor de gooier van de bom in de kelder. Het was zwaar. Je kon het aan hem zien”. Na de oorlog hertrouwde Ernest Neefs met Tonny Braun. Een echte Bredase, die nìet van Duitse afkomst is. “Ze was een lieve tweede moeder, die het verlies van ons ma probeerde te verzachten. Vader bleef met 5 kinderen zitten. Hij moest verder en hij is vol zorg voor ons geweest; hij was een stille man maar met aandacht voor ons. Op de Vloeiweide moest hij voor Henkes toezien op het bos. Hij was een goed jachtopziener”. “Dat werk deed ie met grote overgave”, vult Johan aan. Julia: “Ook de kleinkinderen waren zijn oogappels. Hij was altijd met ze bezig. Hij had toen al een plekje hier vlak achter in de seniorenhuisvesting Heistuk”.
Het èchte ontsnappingsverhaal
De HP laat het woord “vlucht” vallen. Julia heeft de passage gearceerd; alle citaten die haar dwars zitten. Johan Neefs vertelt het exacte verhaal. Hij was erbij. “Door de granaatinslagen en overdreven beschietingen door de Nederlandse SS kon het huis niet heel blijven. Het dak stortte deels in. Dat gaf een enorme rookwolk die door de wind het bos werd ingedreven. In seconden heeft vader beslist in die mist om te ontsnappen omdat hij niks meer kon uitrichten”. Johan zucht. “Wat politieagent Verdaasdonk die in de ochtend arriveerde voor ons heeft betekend door de Duitsers het zwijgen op te leggen is nauwelijks te omschrijven Hij maakte die NSKK mannen héél klein en snauwde: “is dat oorlog voeren?”… Hij heeft ons gered!” Lariekoek dat “vader er als een haas vandoor is gegaan”, zegt Julia. “Met uitzondering van een bang konijn op een bospad is niemand van een dergelijke onderneming getuige geweest. Hij heeft gewikt en gewogen. Is ontsnapt. En heeft voor ons gezorgd, altijd vol toewijding”.
Haagse Post suggestief
De suggestieve opmerking in de Haagse Post dat de boswachter bij andere families niet populair was heeft een luchtje. Die van de sensatiezucht! “Nooit of te nimmer iets over gehoord”, zeggen beiden en mocht iemand ooit in een uur van verbittering gezegd hebben: “Neefs heeft het toch maar overleefd” dan kan Johan Neefs dat begrijpen door aanvechtingen die mensen hebben en psychologische projectie. In de trant van: “Iedereen zat met overledenen en dus had boswachter Neefs daar ook bijgehoord”. Maar zo is het niet gebeurd. En zo is het leven niet. Het draait en keert alle kanten op en voor zover over hun vader en de post verslag is gedaan kunnen zij zich goed verenigen met de Post op de Vloeiweide door Joris van de Bergh, het gedenkschrift Vloeiweide door Cor Rombouts en Johan van der Sande en het feuilleton de Post op de Vloeiweide in de Bredase Bode zomer 2009. Julia: “Ons verhaal hadden wij al eerder moeten vertellen maar wij zijn niet zo naar voren tredend”.

Drie kinderen naar Canada
Julia heeft geen goed woord over voor het verslag van de HP in 1966, ook niet op details. Rond de emigratiegolf, die van staatswege werd bevorderd, zijn niet vier kinderen naar Canada geëmigreerd maar drie: Toos, Wies en Sjaak. Toos en Wies zijn beiden weduwvrouw. Johan is er al enkele keren geweest. “Ze zitten er mooi te wonen en in het land van een onzer bevrijders”. Julia had liever dat ze wat dichtbij woonden. “Dan was er directer contact”. Julia heeft een zoon en dochter en vijf kleinkinderen. Johan is de gelukkige vader van drie kinderen en vijf kleinkinderen. Zoals in de vorige editie gemeld heeft hij meegewerkt aan een film voor een studente van de filmacademie. “Jel Goossens belde op of we mee wilden werken. Leo Touw was er ook bij. De film draait nu in het Generaal Maczekmuseum”.
Moeder Neefs, een sterke vrouw
Haar moeder noemt Julia een sterke vrouw. “Ze was net zo karaktervast als vader. Het was een twee-eenheid”. Ze is er trots op dat in Breda het Maria Coyenhof naar haar moeder is genoemd. Minder te spreken is ze over de uitvoering. “Op een dag kwamen ze van de gemeente Breda. Ze kregen een foto van moeder mee. Er zou een straat naar haar worden genoemd. We zouden uitgenodigd worden bij de straatnaamonthulling. Nadien nooit iemand gezien of gehoord”, zegt Julia. We hebben het uit de krant moeten halen. Ze zit voor me, terwijl ik aantekeningen maak. Ik zie een vrouw met een open en zacht gezicht. Eerlijk. “Laat niemand zeggen, vanaf nu, wat wij ervaren hebben. Het is levenslang”, besluit ze.
Schriftelijke reacties kunt u sturen naar de redactie van de Bredase Bode, postbus 22, 4880 AA in Zundert, o.v.v. het Breda van weleer. Rechtstreeks: redactie@vorsselmans.nl

Ernest Neefs maakt‘zijn laatste etappe’
Boswachter hoort ‘zum tode’
Na zijn ontsnapping volgen arrestaties door de Duitsers in het veld, zoals
Joris van den Bergh beschrijft. Bij zijn laatste poging door een rioolbuis
te kruipen en een droge watersloot te bereiken werd hij opgewacht door
Duitsers. Voor de zoveelste keer in enkele weken is hij verraden. De
boswachter wordt gearresteerd en naar Breda gebracht. In hotel Du Commerce
wordt hij geregeld aan verhoren onderworpen maar laat niets los. Op een
gegeven moment zijn de Poolse granaten dichbij te horen en daarom werd hij
naar Zevenbergen gebracht. De vooruitzichten zijn troosteloos. Hij hoort
“zum tode” uitspreken. Daarna wacht hem een spectaculaire bevrijding. Chef
veldwachter Heijmans en zijn collega v.d. Broek spelen de gevangene de
cel-sleutels en scheergerei in de hand. Nadat ze vertrokken zijn scheert hij
zich eerst; zijn jas draagt hij omgekeerd op zijn arm en hij wandelt
doodgemoedereerd langs een lokaal vol moffen naar de achterzijde van het
gebouw. Daar staat een fiets klaar. Met diverse contactpersonen doorkruist
hij de gehele omgeving, totdat een onbekende met zuidwester hem zegt:
“Ernest, de laatste etappe”. Deze leidt tot de rivier de Mark, waar ze met
de fiets per boot worden overheen gezet. Uiteindelijk eindigde de tocht bij
de familie Verwijmeren in Prinsenbeek op ‘de verloren hoek’. Enkele dagen
later zijn Breda en Prinsenbeek bevrijd.
‘SS’ers ontlopen
straf niet’
NEEFS GETUIGT OM RECHT TE DOEN
Voordat de heer Neefs aan zichzelf en een nieuw leven kon denken moest hij eerst iets anders in orde maken. “Ik beschouwde het als een plicht om te zorgen dat geen van de elf SS’ers, die bij de overval betrokken waren hun straf ontgingen”. Dat stimuleerde hem zijn werk te doen en voor zijn gezin te zorgen. Soms vocht hij in zijn geest door met de moed der wanhoop om recht doen aan zijn vrouw en kinderen en zijn kameraden van de post op de Vloeiweide. Drie jaar achtereen stonden 11 SS’ers terecht. Tijdens de laatste rechtszitting in 1948 heeft Neefs gepleit voor een rechtvaardige straf voor allen. Maar voor die ene vroeg Neefs de doodstraf. Met “die ene” bedoelde hij de man die in de kelder van de boswachterswoning een granaat gooide. Daaraan gaf de rechter geen gehoor. Hij sprak voor dit creatuur 12 jaar celstraf uit. Nog lange tijd na de bevrijding is de boswachter achtervolgd door de herinneringen van het drama. Soms werd het hem teveel en ging hij fietsen. Het doel was dan meestal de Vloeiweide. In de weken voor de jaarlijkse herdenking in oktober was het op zijn ergst. Hij werd kortaf en prikkelbaar. “Het is een film die opnieuw afspeelt”, zei hij dan excuserend.
(bron: Ton Verlind in een uitgave van de broeders van liefde/geheim rapport Bredase Bode)
19-03-2010 ◊ LAST UPDATE