Re-enactment groep Maczek museum                                                                                              De Divisie

Het ontstaan van de 1ste Poolse Pantserdivisie


Het ontstaan van de 1stePoolse Pantserdivisie is nauw verbonden met de naam van generaal Stanislaw Maczek.

Al in 1918 organiseert hij een “vliegende” compagnie om met wagens en paarden, dit vanwege het gebrek aan auto’s, om de snelheid van actie te vergroten en om zoveel mogelijk energieverbruik door mensen te besparen. Zijn “stormtroepen”, bestaande uit wagens getrokken door paarden, nemen deel aan de gevechten rondom Lwow. In 1938 wordt de droom van generaal Maczek waar. Hij wordt benoemd tot bevelhebber van de 10de cavaleriebrigade en commandeert deze brigade tijdens de verdediging van Polen in 1939.


Na september 1939 raakt hij ervan overtuigd dat het succes in een oorlog afhankelijk wordt van snelheid, actie en kracht. Zijn gedachten raken gefixeerd op het oprichten van een Poolse pantserdivisie. Na zijn tocht uit Polen via Hongarije naar Frankrijk begint hij met een reorganisatie van de 10decavaleriebrigade, hoofdzakelijk bestaand uit Poolse militairen. Deze brigade neemt, hoewel onvoldoende met technische middelen uitgerust, actief deel aan de verdediging van Frankrijk en na de capitulatie van Frankrijk wordt de brigade gedeeltelijk naar Engeland geëvacueerd.

Generaal Maczek komt, na een omweg met veel moeilijkheden, via Algerije in Schotland aan alwaar hij blijft strijden voor oprichting van een Poolse pantserdivisie.


Uiteindelijk, op 26 februari 1942, krijgt hij opdracht van de opperbevelhebber van de Poolse Strijdkrachten, generaal Sikorski, om geen pantserbrigade maar een pantserdivisie op te richten. Deze pantserdivisie wordt samengesteld uit Poolse vrijwilligers uit de gehele wereld.

Poolse militairen die hebben gevochten in Frankrijk, het Midden-Oosten of met generaal Anders uit Rusland zijn meegekomen. Tevens bestaat een rijke bron voor aanvulling uit Poolse militairen die verplicht werden om in het Duitse leger dienst te nemen na de verovering van het westelijke gedeelte van Polen door het Duitse Rijk.

Deze 1ste Poolse pantserdivisie wordt volledig uitgerust met moderne wapens en manschappen en onder het bevel van generaal Maczek begint in 1944 de divisie aan een zegetocht vanuit Frankrijk via België en Nederland naar Duitsland. De “bevrijdingsroute” van de 1ste Poolse pantserdivisie eindigt uiteindelijk in 1945 bij de Duitse stad Wilhelmshafen.


In 1947 wordt de 1stePoolse pantserdivisie gedemobiliseerd.


 

De 1ste Poolse Pantserdivisie van generaal Maczek was niet alleen uit naam zijn “eerste” divisie maar ook de allereerste pantserdivisie van de Poolse strijdkrachten.


 

           Samenstelling van de 1e Poolse Pantserdivisie begin september 1944

Hoofdkwartier van de divisie:  

brigadegeneraal S. Maczek

Eskadron Hoofdkwartier: 

kapitein J. Nowakowski

Eskadron Verkeersregeling: 

majoor A. Pierogordzki

           Verkenningsregiment

10e Regiment Jagers te paard:  majoor J. Wasilewski

          10e Gepantserde Cavaleriebrigade

Hoofdkwartier van de brigade: kolonel T. Majewski
1e Pantserregiment:  luitenant-kolonel A. Stefanowicz
2e Pantserregiment:  luitenant-kolonel S. Koszutski
24e Regiment Ulanen:  majoor R. Dowbor
10e Regiment Dragonders:  majoor W. Zgorzels

          3e Infanteriebrigade (3e Brigade Jagers     

Hoofdkwartier van de brigade:   kolonel F. Skibinski / a.i. luitenant-kolonel W. Dec
Bataljon Jagers van Podhale:  luitenant-kolonel K. Complak
8e Bataljon Jagers: luitenant-kolonel A. Nowaczynski
9e Bataljon Jagers: luitenant-kolonel Dr. Z. Szydlowski
Onafhankelijk Eskadron Mitrailleurs: majoor M- Kochanowski

           Divisionaire artillerie

Hoofdkwartier van de artillerie: kolonel B. Noël
1e Regiment Veldartillerie (SP): luitenant-kolonel J. Krautwald
2e Regiment Veldartillerie: luitenant-kolonel K. Maresz
1e Regiment Antitank:  majoor O. Ejsymont
1e Regiment Lichte Luchtdoelartillerie:  majoor W. Berendt

          Divisionaire genie

Staf van de genie:  luitenant-kolonel J. Dorantt
10e en 11e Compagnie, Compagnie Park  

           Transmissietroepe

Staf van de transmissie:  luitenant-kolonel J. Grajkowski
Stafeskadron, 1e, 2e, 3e  en 10e Eskadron   

           Reparatiedienst

Staf van de reparatiedienst: majoor M. Wasowicz
Reparatiecompagnie voor elke brigade  

           Bevoorradingsdienst

Staf van de bevoorradingsdienst:  majoor H. Gwiazdecki
3e , 10e  en 11e Compagnie, Compagnie Transport  

           Medische dienst

Staf van de Medische dienst:  geneesheer luitenant-kolonel M. Pawlowicz
10e  en 11e Compagnie, Veldhospitaal en Peloton Veldhygiëne  

 

Versterkingseenheid: luitenant-kolonel J. Deskur

 

Eskadron Reservetanks:  kapitein B. Skulicz

                     

Materieelpark:   majoor T. Lesser

                                                                

Speciale diensten:
o         Betaaldienst
o         Veldpost
o         Informatiedienst (Welfare)
o         Aalmoezeniersdienst
o         Veiligheidsdienst
o         Provoostdienst
o         Krijgsgerecht


De Eerste Poolse Pantserdivisie werd officieel in Groot-Brittannië opgericht en wel op 26 februari 1942.
Deze divisie is van oorsprong ontstaan vanuit een cavaleriebrigade.
De divisie werd, na de veldtocht van 1944-'45 in West-Europa en de bezettingsopdrachten in West-Duitsland, in maart 1947 weer ontbonden.

Polen
Toen Polen na de Eerste Wereldoorlog weer onafhankelijk werd, richtte men een eigen leger op. Tijdens de gevechten in 1919 en 1920 vinden we vermeldingen over het 10e Regiment Jagers te paard en het 24e Regiment Ulanen (Lansiers).
De 10e Cavaleriebrigade was in 1937 de eerste volledig gemotoriseerde eenheid waarin o.a. de twee hierboven genoemde regimenten waren opgenomen. Vanaf 1938 werd het bevel gevoerd door een infanterieofficier: Kolonel S. Maczek.
Deze "Zwarte Brigade" (vanwege de zwarte leren overjassen) bood bij de Duitse inval in september 1939 felle tegenstand in het zuiden van het land. Door de Russische inval uit het oosten kwam de Brigade klem te zitten tussen twee sterke vijanden. Daarom trok ze, op bevel, ordelijk over de Pools-Hongaarse grens. Daar werden de gevechtseenheden ontwapend en geïnterneerd. Veel officieren en groepjes manschappen konden, oogluikend toegestaan door de bewaking, ontsnappen via Joegoslavië en Italië naar het bevriende Frankrijk.


In Frankrijk
Uit Poolse emigranten werd in Frankrijk vanaf september 1939 een Pools leger samengesteld. Dit leger bestond uit 45.000 dienstplichtigen (rekruten en reservisten) en vrijwilligers. Daarbij kwamen na de nederlaag nog 35.000 ontsnapten uit Polen.
Daaruit zouden, met Franse hulp, vier infanteriedivisies gevormd worden. Op verzoek van Brigadegeneraal S. Maczek werden cavaleristen en tankspecialisten in afzonderlijke opleidingscentra ondergebracht. In 1940 waren er twee tankbataljons uit ontstaan. Ook werd de Brigade Bergjagers (Jagers van Podhale) opgericht.
Toen waren er al plannen voor een Poolse gepantserde brigade en zelfs voor een lichte gemechaniseerde divisie. Met dat vooruitzicht werden de twee tankbataljons en de genoemde opleidingscentra in één groepering samengebracht onder bevel van Brigadegeneraal S. Maczek.
Na de Duitse inval op 10 mei 1940 vormde hij een gemechaniseerde brigade rond de kern uit zijn vroegere brigade. Er kwam voldoende materieel ter beschikking om het Franse front te gaan versterken.
Vanaf 10 juni werden onderdelen van deze geïmproviseerde 10e Gepantserde Cavaleriebrigade ingezet voor verschillende opdrachten. Samen met de Franse troepen moesten ze terugtrekken in zuidelijke richting. Daar vernietigden ze hun voertuigen en wapens, maar konden in kleinere groepjes aan de oprukkende Duitse troepen ontsnappen.
Na de Franse capitulatie (op 17 juni 1940) werden Poolse eenheden uit Franse havens naar Groot-Brittannië verscheept. Later kwamen er nog groepjes en enkelingen bij uit Onbezet Frankrijk, Spanje en Noord-Afrika.

In Groot-Brittannië
Vanuit Frankrijk kwamen ± 15.000 Poolse landmachtmilitairen in Groot-Brittannië aan. Daar werden ze in Schotland gegroepeerd. Generaal Sikorsky overlegde met Churchill over de oprichting van een Pools legerkorps; de Britten konden die hulp goed gebruiken tegen een dreigende Duitse invasie. De Polen werden in een 1e en 2e Brigade Jagers ondergebracht met de opdracht een sector van de Schotse kust te bewaken. Daarnaast werd ook een centrum voor pantsertroepen opgezet.
Op 21 september 1940 kwam Brigadegeneraal Maczek in Schotland aan; hij werd bevelhebber van de 2e Brigade Jagers. Op zijn verzoek werden de traditionele namen weer in gebruik genomen: de 10e Gepantserde Cavalerie-brigade met daarin o.a. het 10e Regiment Jagers te paard en het 24e Regiment Ulanen.
In deze brigade werden cavaleristen en tanksoldaten samengevoegd.
In oktober 1940 werd het 1e Poolse Legerkorps opgericht met daarin de 1e Brigade Jagers, de 10e Gepantserde Cavaleriebrigade, de verkenningseenheid van het Korps en het 1e Tankregiment.
In 1941 groeiden de Poolse strijdkrachten door rekrutering en een stroom aan vrijwilligers uit Poolse emigranten (uit Noord- en Zuid-Amerika en de hele wereld), ook kwamen er nog ontsnapten uit bezette Europese landen. Door deze uitbreiding werd gedacht aan het vormen van de eerste divisie. Maar er was nog discussie of dit een infanterie- of pantserdivisie zou moeten worden.
Op 19 september 1941 werd het 1e Tankregiment intussen uitgebreid tot de 16e Tankbrigade met het 1e, 2e en 3e Tankbataljon.
Eindelijk kwam de beslissing: op 26 februari 1942 werd de
1e Poolse Pantserdivisie opgericht met Brigadegeneraal S. Maczek als bevelhebber. De divisie was opgebouwd uit de 10e Gepantserde Cavalerie-brigade en de 16e Tankbrigade (die vanaf augustus de 16e Pantserbrigade genoemd werd).

In september 1942, dus enkele maanden na de oprichting, bestond de 1e Poolse Pantserdivisie uit de volgende componenten:
·          een hoofdkwartier;
·          het 1e Verkenningsregiment (uit de verkenningseenheid van het Korps);
·          de 10e Gepantserde Cavaleriebrigade en de 16e Pantserbrigade met elk drie pantserregimenten (met de sterkte van een bataljon) en een gemotoriseerd infanteriebataljon;
·          een groepering artillerie met een gemotoriseerd veldartillerieregiment, een antitankregiment, een licht luchtafweerregiment en een bataljon jagers;
·          geniecompagnies en verschillende diensten.
In hetzelfde jaar werd de onafhankelijke Poolse Parachutistenbrigade gevormd.

De Pantserdivisie moest vanaf oktober 1943 de nieuwe Britse organisatie invoeren: met één gepantserde brigade en één gemotoriseerde infanteriebrigade. Bij de reorganisatie werd rekening gehouden met de na-ijver tussen de verschillende soorten eenheden, de anciënniteit en de verdiensten van de regimenten.

De 1e Poolse Pantserdivisie bestond voortaan uit:
·          een hoofdkwartier;
·          het 10e Regiment Jagers te paard (als verkenningsregiment);
·          de 10e/16e Pantserbrigade of 10e Gepantserde Cavaleriebrigade met drie pantserregimenten (met de sterkte van een bataljon) en een bataljon gemotoriseerde infanterie;
·          de nieuwe 3e Infanteriebrigade (of Brigade Jagers) met drie bataljons vervoerde infanterie en een eskadron mitrailleurs;
·          de divisionaire artillerie met vier regimenten, genie- en verbindingseenheden, verschillende diensten voor herstel en bevoorrading en medische verzorging.
Deze samenstelling van de divisie werd in 1944 aangehouden en daarmee werd de veldtocht uitgevoerd van augustus 1944 tot mei 1945.

Naast de organisatie van de diverse eenheden en de reorganisaties daarvan waren het jaren van opleiding of herscholing en intensieve training. Alles werd nog moeilijker door grote verschillen in herkomst en leeftijd, de taalproblemen, de vreemde omgeving, de bijkomende opdrachten. Bovendien waren er onzekerheden over het lot van Polen waarover weinig officiële berichten kwamen, de negatieve ervaringen door twee geleden nederlagen (in Polen en Frankrijk) en aanvankelijk de gebrekkige middelen.
Zuid-Schotland werd een Pools gebied, met kampen en oefenterreinen. Daar werd het kader voor een nieuwe oorlogsvoering getraind, chauffeurs en technici leerden het nieuwe materieel gebruiken, er werd geschoten met de nieuwe wapens, de eenheden oefenden tactische procedures in.
Het was een voorturend probleem om de getalsterkte op peil te brengen en te houden. Om de 1e Pantserdivisie aan te vullen, werden de andere onderdelen van het 1e Poolse Legerkorps beperkt tot het kader (o.a. de 16e Pantserbrigade). Alleen de 1e Poolse Parachutistenbrigade bleef onaangeroerd.

Na de Duitse inval in de Sovjetunie (op 22 juni 1922) werd een Pools-Russisch verdrag gesloten, dat inhield dat Poolse krijgsgevangenen de Russische kampen mochten verlaten om tegen de Duitsers te gaan strijden. Dat gaf hoop op een flinke versterking, maar er kwam een onverwacht klein aantal manschappen, bijna zonder officieren, einde 1942 in Iran aan. Ze werden door de Britten uitgerust en vormden het 2e Legerkorps. Een klein aantal manschappen kwam naar Groot-Brittannië, terwijl van daaruit Poolse officieren naar het Midden-Oosten gingen.
Gelukkig bleven er Poolse emigranten binnenkomen en ontsnapten uit bezette Europese landen. Daarbij waren ook Polen uit de Duitse Wehrmacht. Daar waren ze als Rijksduitser ingelijfd en over verschillende regimenten verspreid. Na hun desertie of krijgsgevangenneming konden ze op andere fronten terecht, maar dan meestal onder een schuilnaam.

Volgens de organisatie moest de Divisie bestaan uit 855 officieren, 15.210 onderofficieren en manschappen; samen ruim 16.000 man. Ze hadden de beschikking over 4.050 mechanische voertuigen, 381 tanks en daarbij 473 stukken geschut (het geschut van de tanks niet meegerekend).

De Veldtocht van 1944 – 1945
De 1e Poolse Pantserdivisie werd bij de bevrijding van West-Europa ingedeeld bij de 21e Geallieerde Legergroep onder leiding van Generaal (later Veldmaarschalk) Montgomery en daarin bij het 1e Canadese Leger onder leiding van Luitenant-generaal Crerar; eerst in het IIe Canadese Legerkorps (Luitenant-generaal Simonds), daarna in het Ie Britse Legerkorps (Luitenant-generaal Crocker), ten slotte weer in het IIe Canadese Legerkorps.

De Divisie landde in augustus 1944 in Normandië en leverde zware gevechten bij Falaise tot 22 augustus. Vanaf 31 augustus 1944 achtervolgde Poolse divisie de terugtrekkende Duitsers door Noord-Frankrjk, West- en Oost-Vlaanderen tot Aalter en Gent. Daarna bevrijdde ze het Land van Waas en de streek Axel-Hulst. Vanaf 27 september rukte ze op ten oosten van Antwerpen. Bevrijdde Breda en vocht bij de Moerdijk. Na een betrekkelijke rustpauze in de winter, met verschillende opdrachten, werd de Divisie in april 1945 op Duits grondgebied ingezet: aan de Ems noordwaarts. Op 4 mei stond ze voor de Duitse havenstad Wilhelmshaven; op 5 mei capituleerden de Duitse troepen.

In Duitsland
Volgens de afgesloten akkoorden nam de 1e Poolse Pantserdivisie deel aan de bezetting van Duitsland. Naast de opleiding en de oefeningen waren er talrijke controleopdrachten in een deel van de Britse Zone.

In maart 1947 werd de Divisie ontbonden. Na de officiële overdracht van het materieel ging de Divisie uit elkaar. Een deel van de Polen ging naar Polen, een ander deel vestigde zich in West-Europa of overzee en nog een ander deel trad toe tot het Poolse Resettlementcorps.

De 1e Poolse Pantserdivisie heeft vijf jaar bestaan en nam deel aan een veldtocht van negen maanden. Ze werd altijd hoog aangeschreven door de geallieerde bevelhebbers en eenheden. Hoewel ze nooit naar het vaderland kon en mocht terugkeren, werden de verdiensten van de Divisie daar hoog gewaardeerd.


De 1e Poolse Pantserdivisie had als wapenspreuk: "Voor uw en onze vrijheid". Op de voertuigen van de Divisie stonden de letters "PL" vermeld en het eigen divisieteken: een 17e eeuw ruiterhelm met daarop een gestileerde adelaarsvleugel (herinnering aan de Poolse huzaren).

De 1e Poolse Pantserdivisie droeg de Britse battle dress, maar met Poolse rangonderscheidingstekens op de schouderbedekkingen, rode schouderbandjes met POLAND in witte letters en Poolse kraagpatjes.
De battle dress had aan de linker kant een zwarte schouderbedekking (herinnering aan de "Zwarte Brigade"), op de linker bovenmouw het divisieteken (zwart en oranje), op de linker borstzak een metalen eenheidsteken (van regiment of bataljon).
Op de zwarte baret (van de Britse en Poolse pantsertroepen) stond vooraan de zilveren nationale adelaar en daaronder de Poolse rangonderscheidingstekens. Het Bataljon Bergjagers droeg een kaki baret, het 8e en 9e Bataljon Jagers een donkerblauwe.
Op de Britse helm (klassieke of randloze) stond voorop soms de Poolse adelaar geschilderd.
Sommige eenheden droegen een schouderkoord, later soms een stadswapenschild op de rechter bovenmouw


NAAR BOVEN TERUG