Generaal Maczek Museum

 

                               

 

 

Op 11 maart is onze historicus en bibliothecaris Drs. Joop Bakker aan de Universiteit van Amsterdam in Amsterdam gepromoveerd met het proefschrift “Gemeentebestuur in oorlogstijd. De stedelijke overheidvan Breda onder Duitse bezetting”.
Hij mag nu Dr. voor zijn naam plaatsen. In zijn felicitatietoespraak legde Professor dr. Peter Romijn, promotor van Joop en lid van de promotiecommissie, nadruk op de relatie die Joop heeft met het Generaal Maczek Museum.

Joop nogmaals onze geluk wensen, Frans Ruczynski. voorzitter van het Maczek museum.

 

 

 

De heer Joop Bakker, historicus van het Generaal Maczek Museum:

 

“Oorlogsburgemeester Breda verdient positiever imago”

 

De Bredase burgemeester B.W.Th. van Slobbe kampt in de publieke opinie nog steeds ten onrechte met een negatief imago over zijn optreden in de Tweede Wereldoorlog. Dat concludeert  de heer Joop Bakker, historicus, verbonden aan het Generaal Maczek Museum, in zijn proefschrift; Gemeentebestuur in oorlogstijd. De stedelijke overheid onder Duitse bezetting”

Joop Bakker onderzocht hoe Bredase bestuurders, ambtenaren en politiefunctionarissen reageerden op de Duitse bezetting. Vooral de belangrijke rol van de burgemeester valt daarbij op. De beeldvorming omtrent diens persoon is op meerdere vlakken onterecht negatief, oordeelt Joop Bakker in zijn proefschrift

Zo stelde Van Slobbe voor de Duitse inval een ‘Evacuatieplan’ op, om op mogelijke calamiteiten in geval van oorlog voorbereid te zijn. De chaotische vlucht van de bevolking die volgde op de inval bleek achteraf niet nodig, maar Van Slobbe kreeg ten onrechte daarvan alleen de schuld. Hij ijverde daarnaast al voor de oorlog voor de uitbreiding van het grondgebied van Breda met omliggende gemeenten. Hij zette die door tijdens de bezetting en vergiste zich in de gevoeligheid die kleefde aan ‘annexatie in oorlogstijd’ van gemeenten. Het beeld dat hij dit met de Duitsers had bedisseld is echter onjuist.

Van Slobbe was bovendien een van de burgemeesters die weigerde de politie opdracht te geven om inwoners te arresteren die niet in Duitsland wilden werken. Toch kreeg hij na de oorlog de kritiek dat hij het eigen gemeentepersoneel had opgegeven voor arbeid in Duitsland. In werkelijkheid weigerde hij mee te werken; de lijsten waren wel opgesteld maar in opdracht van de burgemeester nooit verstuurd.

Bakker denkt dat de negatieve beeldvorming onder andere ook is gevoed door de wrevel van vooral een aantal lagere ambtenaren van de gemeente. Die zouden de stijl van de burgemeester als te autoritair hebben ervaren en door hun irritatie Van Slobbe hebben zwartgemaakt. Het beeld van de burgemeester is mede hierdoor negatiever dan uit historisch onderzoek blijkt.




 

Joden in Breda

Van de ruim tweehonderd joodse inwoners van Breda heeft bijna de helft de oorlog overleefd. Dat dit zoveel gunstiger was dan elders, is zo goed als zeker te danken aan de voorzitter van de Joodse Raad van Breda, Henry Samuel. Nog voor de eerste deportatie van augustus 1942 heeft hij zijn mensen aangeraden onder te duiken. Uit indirecte bronnen als dagboeken heeft Joop Bakker sterke aanwijzingen dat ook de katholieke geestelijkheid in het zuiden een onderschatte rol heeft gespeeld bij de onderduik. Dit vraagt volgens hem om meer onderzoek.

 

.

 

NAAR BOVEN TERUG