Re-enactment groep Maczek museum

De hoofdreden van deze kalender is het herinneren van de inzet in de 2e W.O. van de Poolse strijders welke opzettelijk zijn genegeerd of geminimaliseerd door de totalitaire propaganda. Alleen authentieke objecten uit dat tijdsbestek (hoofdzakelijk wapens door de Poolse militairen gebruikt en verzameld in het museum van het Poolse leger) hebben bijgedragen aan het terugbrengen van het drama van deze gebeurtenissen. Poolse soldaten begonnen de oorlog slecht uitgerust met wapens van Poolse makelij. Gedurende het verloop van de oorlog werden zij goed bekend met de wapens zoals gebruikt door hun bondgenoten zodat zij tegen het einde gewapend waren met moderne machinegeweren, krachtige tanks en de snelste vliegtuigen. Ze begonnen de oorlog in het nationale leger uniform. Daarna stapten zij over in het dragen van de Franse, Britse en Sovjet uniformen en gebruikten de werktuigen van de Geallieerden. Guerrilla's en soldaten die in de opstand vochten droegen burgerkleding of geconflicteerde Duitse uniformen.

De soldaten hebben zich altijd herinnerd dat het nationale embleem van het leger de Witte Adelaar was.

In 1939, toen het vechten tegen de twee krachtige legers van de agressors onmogelijk bleek, Streefden duizenden militairen ernaar om het geallieerde Frankrijk te bereiken. Geholpen door de Polen in Frankrijk, België, Nederland en Noord- en Zuid-Amerika wisten zij een leger te vormen onder bevel van generaal Wladyslaw Sikorski.

In Polen begonnen zich ondergrondse organisaties te vormen zo snel als de September campagne voorbij was. Verschillende groepen werden opgericht met als doel om troepen te verzamelen en het gevecht weer op te pikken. De grootste hiervan was Sluzba Zwyciestwu Polski (De Dienst voor de Poolse Vrijheid) opgericht door generaal Tadeusz Karaszewicz-Tokarzewski. In 1940 werd het omgevormd tot de Zwiazek Walki Zbrojnej (Eenheid van Gewapend Gevecht) en later, in 1942, in Armia Krajowa (Nationaal Leger) om de prompte hereniging van verscheidene groeperingen te bewerkstelligen. Generaal Stefan Rowecki was de hoofd gezaghebbende.

In het begin van 1944 bereikte het Rode Leger de grens van het vooroorlogse Polen. In tegenstelling toto de verwachtingen viel de Wehrmacht niet uiteen waardoor een nationale opstand niet bewerkstelligd kon worden. In deze omstandigheden was alleen sabotage succesvol. Operatie Burza (Onweer) begon bij de achterhoede van het Duitse leger, vaak in samenwerking met de aanvallende Sovjets, en werd vergezeld door een afvaardiging van lokale vertegenwoordigers van de Poolse regering.

Gedurende deze periode werden soldaten van het Nationale Leger, veteranen van guerrillaoorlogvoering die ook tegen de vijand hadden meegevochten (30 gevechten in de Vilnius regio alleen al) en hadden geholpen in de bevrijding van Vilnius, door de Sovjets ontwapend en onder dwang in generaal Berling’s leger geïnterneerd. De meeste officieren werden gearresteerd en naar Siberië gestuurd. Andere divisies en brigades uit de omgeving van Wolyn, Podole, Lublin, Rzeszow en west van Vistula ondergingen hetzelfde lot. Ongeveer 50.000 manschappen en officieren van het nationale Leger werden gearresteerd en naar gevangenkampen in Siberië gestuurd, 3.000 kwamen er nooit terug uit dat “onmenselijke” land.

Tezelfdertijd bereikten de Poolse Strijdkrachten de slagvelden van West-Europa. Sinds 1994 vocht generaal Anders’ II Korps in Italië waar het door de Duitse verdedigingslinies brak aan de Adriatische kust bij Misa, Metauro, Foglia en Senio rivieren. Met de bevrijding van Bologna op 21 april 1945 werden de krijgsverrichtingen gestaakt.

Na de geallieerde landing in Normandië, welke was gesteund door Poolse zee- en luchtstrijdkrachten, kwam de 1e Pantser Divisie onder generaal Maczek’s bevel aan op de slagvelden van Frankrijk. Na het omsingelen van het Duitse 7e Leger bij Chambois stak het de Belgische grens over en bevrijdde Ieper en Gent. In de herfst vocht het in Nederland en na een paar maanden van verdediging van de Maas, in april 1945, trok het Duitsland binnen. Het brak door de Duitse verdedigingslinies aan de Küstenkanal en op 6 mei accepteerde het de capitulatie van de stad en de Kriegsmarine basis in Wilhelmshaven.

Generaal Stanislaw Sosabowski’s Onafhankelijke Parachutisten Brigade nam ook deel aan het geallieerde offensief. Tussen 18 en 26 september, gedurende de “Market Garden” operatie, vocht de brigade in de verdediging van de regio van Arnhem na het deelnemen aan een overweldigende luchtlanding.

In hetzelfde tijdsbestek maakte Polen de laatste dagen mee van de Warschau Opstand welke bedoeld was om de Poolse hoofdstad te bevrijden. Poolse strijders, velen zeer jong, streden moedig en gaven vaak hun leven tegenover een overmacht van Duitse vliegtuigen, pantservoertuigen en artillerie. Zij weerstonden Duitse aanvallen voor 63 dagen.

De Poolse strijdkrachten in het westen bestonden uit ongeveer 200.000 manschappen van welke er 100.000 aan het front dienstdeden. Zij waren onderverdeeld in 3 “continenten”. Polen vochten in Noorwegen, Frankrijk, Groot-Brittannië, België, Nederland, Italië, Duitsland, Egypte, Libië en Tunesië. Militaire begraafplaatsen en monumenten verspreid over de wereld herinneren aan de bijna 8.000 Poolse W.O.2 soldaten die hun leven gaven ver van het vrije en onafhankelijke Polen waarvan zij droomden.

 

 

NAAR BOVEN   TERUG