Generaal Maczek Museum    

                             

 

 

 

Oorlogsherinneringen

 

 

 

 

 

Door Leo Nierse BNdeStem 15-01-2010

 

 

Enige Poolse  vrouwelijke soldaten, die bij de opstand van Warschau hadden gevochten, kwamen in 1947 in Breda wonen. Volgens Krystyna Wozniac waren het er slechts vijf.

1728 vrouwelijke soldaten van het Poolse verzetsleger belanden eind 1944 in kamp Oberlangen  nabij Drenthe.

‘Zo iets in de bloei van je jeugd. Ik kon niets anders meer denken dan de: ik kom hier nooit meer uit,

Krystyna Wozniak-Paprocka herinnert zich het kamp.

‘Je leven veranderd in vijf jaar in een hel’

Behalve een dozijn Poolse oud-strijders, woont in Breda nog één vrouwelijke veteraan. Krystyna Wozniak Paprocka (84) was sergeant in het Poolse verzetsleger.

Naakte Poolse vrouwen zetten de Duitsers op een tank, waarmee zijn in het najaar van 1944 de verdedigingslinie rond het door de rebellen bezette centrum van Warschau trachten te doorbreken. De ongelukkige gijzelaar waren ten dode opgeschreven. De meesten stierven in de kogelregen waarop de opstandelingen de tank onthaalden. De overige vrouwen verbrandden levend in de vlammen van de molotovcocktails, waarmee de verzetsstrijders het Duitse pantser uitschakelen. Opgeofferd aan de absolute noodzaak de binnenstad uit handen van de bezetter te houden .

,, Ach lieve, het was zo’n  verschrikkelijke tijd.’’  In de eenzaamheid van haar flatje in Breda Noord wil de hoogbejaarde veterane Krystyna Wozniac Paprocka eigenlijk wil zeniet terugdenken aan die tijd, waarin ze als 19 -jarige deelnam aan de strijd tegen de uitermate brute bezetters van haar geboortestad Warschau. Toen zij zich even uitgehongerd als haar strijdmakkers, inleven hield met op steentjes geroosterd kattenvlees , want verder was er niets te eten, . Noch te drinken tenzij de verzetsstrijders een Duitse soldaat te grazen konden nemen , om vermomd   in diens gehate  uniform  onbeschoten bij de bezetter waterbronnen te komen. ‘Het was een moeilijke tijd en het was zo verschrikkelijk’,  zijn zinnetjes die Krystyna Wozniac heel vaak bezigt. Om verder maar niets te hoeven zeggen. Niet te hoeven terugdenken aan de onvoorstelbare wreedheden van de oorlog .Maar soms volstaan die bezwerende stopwoorden niet meer. Voorafgegaan in diep gezucht, breken dan op onvoorspelbare momenten huiveringwekkende beelden door de linies van haar kunstmatige vergeetachtigheidheel en geeft de oud strijdster alsnog flarden van herinneringen prijs, zoals die aan het begin van dit verhaal . Ze is nog niet in de wil kan Krystyna Wozniac over de ontberingen die zij samen met  andere vrouwelijke krijgsgevangenen leed, nadat de opstand van Warschau was neergeslagen. Via Krakau, dwars door Saksen naar Bergen Belsen (‘te vreselijk om te vertellen’) en Hannover vervoerd, belanden ze uiteindelijk als krijgsgevangenen een rol 14149 in Oberlangen  VI.C, het vrouwen kan in het grensgebied bij Drenthe (zie kader). Daar moeten haar jeugdige veerkracht en optimisme door ondervoeding en andere ontberingen voorgoed gebroken zijn. Was ze in het benarde Warschau nog vrij van angst, en zo vol energie en initiatief geweest, dat ze tot tweemaal toe in rang werd bevorderd wegens haar geslaagde reddingspogingen van burgerslachtoffers, in het kamp werd ze geveld door de urenlange appèls in de openlucht, terugkerende ziektes, verzweringen in al haar vingers. ,,Zoiets in de bloei van je jeugd, als je lichaam nog moet groeien. En ik kon niets anders meer denken dan: hier kom ik nooit meer uit.’’  Sergenant  Krystyna  Paprocka kwam Oberlangen  uit toen ze, samen met 1700 lotgenoten is werd bevrijd door onze eigen jongens van de Eerste Poolse pantserdivisie. ,,Ik was zó mager’’, vertelt ze, terwijl zehaar wijsvinger ophoudt. ,,Werd meteen langdurig in het ziekenhuis opgenomen. Waren we drie maanden later bevrijd, had ik niet meer geleefd.‘’ Eenmaal weer op de been en werkzaam in een hospitaal in Meppen (D), leerde ze Riyszard Wozniac (1914-1995) van de pantserdivisie kennen. Ze trouwden in mei 1946 en kwamen in april 1947 vanuit Bramche (D) naar Breda.  Riyszard had er sinds de Bevrijding vrienden en kennissen. Ze hielpen het jonge veteranenpaar aan woonruimte en werk. Al in november werd de oudste van hun twee zonen geboren. Vader Wozniac werkte als elektromonteur bij Staal, Loda en Hoosemans, zijn vrouw bij Staalmix. 20 jaar zat Cristina bij dansschool Wallonië. Maar de onbezorgde levensvreugde uit haar jeugd heeft de veterane nooit hervonden. Na Oberlangen was de rek er uit. Ik heb heel vaak in de put gezeten. En altijd heimwee naar Polen gehad. Tot 1939 (Duitse inval) was ik super gelukkig.  En dan verandert je leven in vijf jaar in een hel. Ik heb veel gehuild. Sinds 14 jaar is Krystyna weduwe. ,,Wat een leven’’, zegt ze. En ze zucht. Bodemloos diep.

De vrouwen van het ondergrondse Poolse leger.

Polen kende in de Tweede Wereldoorlog een grondig georganiseerde ondergrondse Die had, onder leiding van de Poolse regering in Londen, een compleet clandestien thuis leger, deArmia Krajowa (AK) , opgeleid en- gebrekkig- bewapend en geüniformeerd. Dit leger telde medio 1944 zo’n 350.000 mannelijke en vrouwelijke soldaten. Op 1 augustus 1944 ontketende de AK de opstand van Warschau (niet te verwarren met de joodse door opstand van 1943.) Het plan was om de hoofdstad te veroveren op de reeds gedemoraliseerde Duitsers en in handen te geven van het naderende Rode leger (Geallieerd Rusland). Maar om de glorie en de macht niet met de Poolse patriotten te hoeven delen, liet Stalin de rebellen stikken. Het Rode leger wachten met Warschau binnen te trekken, tot de Duitsers op (2 oktober) door opstand ten koste van ruim 200.000 Poolse levens hadden neergeslagen. De vrouwelijke A K -strijders waren de eerste vrouwen die krachtens de Geneefse Conventie als krijgsgevangenen werden aangemerkt. Zij werden niet omgebracht, maar gevangengenomen en gedeporteerd naar krijgsgevangenen kampen. Eerst waren dat nog mannenkampen , maar al snel werd voor hen een eigen kamp, onder een Poolse commandante ingericht: Oberlangen, midden in de moerassen van Emsland (een grensgebied bij Drenthe). 1728 AK’sters  arriveerden er december 1944. In april 1945 werden zijn bevrijd, niet door Amerikaanse of Engelse geallieerden, maar- tot verrassing van beide partijen -door de Eerste Poolse Pantserdivisie van generaal Maczek, die een halfjaar eerder onder andere Breda had bevrijd. Zo ontstonden veel Poolse veteranen huwelijken. Zo’n 350 militairen van de in 1947 gedemobiliseerde Pantserdivisie keerden terug naar Breda. Ook van hen was een kleine aantal met één AK’ster getrouwd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

         
    

 

 

  

12-03-2010 ◊ LAST UPDATE

NAAR BOVEN TERUG