Generaal Maczek Museum

                               

 

De minste stemmen gelden

De politieke ontwikkelingen in Polen van juni 1945 tot juli 1946

 

 

 

 

 

Boleslaw Bierut, die in 1945 president werd van Polen.

In juni 1945 kreeg Polen een regering die onder leiding stond van premier Edward Osóbka-Morawski  en zich een regering van nationale eenheid noemde. Deze ie wat pretentieuze benadering was op het eerste gezicht niet onjuist. InWladislaw Gomilka, van 1945 tot 1952 plaatsvervangend minister-pesident tegenstelling to de twee bestuur colleges die elkaar aan het eind van de oorlog het gezag over Polen betwistten- de Poolse ballingenregering in Londen en het pro communistische Lubin-comité, later Voorlopige Poolse Regering genoemd- kon de ‘Regering van Nationale Eenheid’ erop bogen alle belangrijke politieke stromingen te vertegenwoordigen. Deze wagen: PPR,  Poolse Arbeiders Partij; een communistisch,door de Sovjet unie gesteunde groepering onder leiding van Boleslaw Bierut en Wladislaw Gomulka.
PPS, Poolse Socialistische Partij; pro communistisch komen onder leiding van Edward Os
ó
bka-Morawski; van deze partij maakte ook Jozef Cyrankiewicz en Adam Rapacki deel uit.
SD, Democratische Partij; pro communistisch,  klein van omvang.
PSL, Volkspartij; een niet communistische partij,  meestal Boerenpartij genoemd,  die na de dood van haar oprichter Wincenty Witos (op 31 oktober 1945) onder leiding kwam van Stanislaw Mikolajczyk.
SP, een kleine, fel anticommunistische en anti Russische partij, onder leiding van de London gekomen Karol  Popiel.
De regering van Nationale Eenheid, die in Moskou was gevormd door vertegenwoordigers van de Voorlopige Poolse Regering en  drie vroegere leden van de Poolse regering in ballingschap (onder wie Stanislaw Mikolajczyk), was in naam een coalitie van de genoemde vijf partijen. De Verenigde Staten, Engeland en de Sovjetunie erkenden de regering onmiddellijk. Van de 21 minister zetels kreeg de PSL, er zeven, de PPR zes. Mikolajczyk werd tweede plaatsvervanger van de minister-president en minister van Landbouw. Een schijn was er sprake van een redelijke verdeling van de functies en een evenredige vertegenwoordiging van de diverse politieke groeperingen werd.

Vrome wens

In feite echter was de macht van de PPR dermate groot en de oppositie daartegen, onder leiding van PSL, dermate fel, dat de ‘nationale eenheid’ voorlopig een vrome wens bleef. In naam bezat de PPR  weliswaar slechts zes regeringsposten,  maar in feite had de partij op alle ministeries een zeer grote invloed. De PPS- en SD- ministers handelden geheel overeenkomstig de  PPR- en richtlijnen en de bewindslieden uit de PSL en SP hadden alle partijgetrouwe en invloedrijke PPR- staatssecretarissen naast zich. Er bestond een nauwe band tussen de partijleiding van de PPR en het regeringsbeleid: PPR-leider Boleslaw Bierut was president van de KRN, een Nationale Raad,  waarin zijn partij in de PPS samen de meerderheid bezaten, en den de PPR- partijsecretaris Gomulka was de eerste plaatsvervanger van de minister-president. Van groot belang was ook dat het zeer omvangrijke politionele machtsapparaat na de oorlog niet langer ressorteerde onder de minister van binnenlandse zaken (Kiernik van de PSL.) Maar onder de minister van veiligheid (Radkiewicz van de PPR). Ondanks haar sleutelpositie in het landsbestuur bleef de PPR een vrij kleine en weinig populaire partij. De Poolse publieke opinie beschouwde haar als een werktuig van Moskou en de traditionele anti Russische en anticommunistische gevoelens waren door de Russische bezetting van 1939 tot 1941,  de moord op 4000 Poolse officieren in het bos van Katyn en de opstand in Warschau eerder toe- dan afgenomen. Het is dan ook niet te verwonderen dat de PPR  haar aanzien om manieren trachten te vergroten, onder andere door een energieke aanpak van het binnenlands probleem een de wederopbouw vooral van Warschau, en de Westverschiebung, de verschuiving van Polen. in westelijke richting een . Warschau was voor 85% verwoest onder 800.000 van zijn in totaal 1.300.000 inwoners waren het slachtoffer geworden van de oorlog. Hitlers bevel om van de Poolse hoofdstad slechts de geografische aanduiding te laten voortbestaan, was grotendeels uitgevoerd. Slechts enkele tekeningen hebben als blauwdruk kunnen dienen bij het herstel van de stad.

Een van de ingrijpendste gebeurtenissen in Polen waa de zogenaamde' Verschiebung' , het opschuiven van het land in westelijke richting, doordat de Sowjetunie een groot deel van Oost-Polen inkijfde en Polen een deel van Duitsland verwierf. Miljoenen mensen werden door deze ingreep gedwongen huis en haard te verlaten.

 

Immense volksverhuizing

Doordat in het oosten van de Curzon-linie – van Grodno over Brest-Litowsk na het zuiden - als grens met de Sovjetunie was vastgelegd en in het Westen het voormalige Duitse gebied ten oosten van de Oder-Neiselinie voorlopig onder Pools bestuur was geplaatst, was Polen 250 km naar het westen opgeschoven deze verschuiving heeft geleid tot een volksverhuizing van immense afmetingen. De Polen uit de oostelijke provincies vertrokken veelal naar de nieuwe verworven westelijke gebieden.  De ongeveer 9 miljoen Duitse bewoners waren daar uit, gewelddadig, verdreven. Litouwers, Wit-Russen en Oekraїeners vestigden zich in het vroegere Oost Polen. Op 13 november 1945 werd een apart ministerie voor de herwonnen gebieden ingesteld. Dit ministerie moet ervoor zorgen dat de westelijke gebieden zowel ethisch als cultureel Pools zouden worden. Gomulka zelf stond aan het hoofd, want de PPR hechtte er veel belang aan het beheer over het nieuwe gebied in eigen hand te Houden: het zou een ideaal experimenteer terrein kunnen worden voor productiecoöperaties en collectieve boerderijen. De Poolse Westverschiebung  moet worden aangemerkt als een succes voor de Sovjetunie. Allereerst verwierf zij een aanzienlijk gebiedsuitbreiding aan haar westgrens. Door de volksverhuizing werd verhinderd dat deze gebiedsuitbreiding op etnische gronden weer ongedaan gemaakt zou worden. Veel belangrijker was dat de Polen door de Westverschiebung in hoge mate afhankelijk was geworden van zijn  oosterbuur. Slechts met Russische hulp immers zou weerstand geboden kunnen worden aan een te verwachten Duitse revanchepolitiek, als reactie op de gewelddadige verdrijving. Ook niet communistische Poolse politici moesten hierdoor de noodzaak tot samenwerking met de Sovjetunie erkenden.

Politieke krachtmeting

Over de van deze samenwerking bestond evenwel  verschil van mening. De PPR was voorstander van een nauwe band met de Sovjetunie en wilde tevens pogen om de oren door een communistische volksdemocratie. Maar in deze periode, toen het ijzeren gordijn nog niet gevallen was, geloofde een groot deel van het Poolse volk nog in de mogelijkheid van een eigen Poolse middenpositie tussen de westerse mogendheden en de Sovjetunie. Deze gedachte leefde vooral in de PSL en steunde vooral met name op de figuur van Stanislaw Mikolajczyk. Van hen werd aangenomen dat hij, met instemming van de Verenigde Staten en Engeland, instaat zou zijn het land een zekere onafhankelijkheid te laten behouden. In ieder geval met betrekking tot de interne ontwikkelingen. De populariteit het ledental van de PSL  groeide gestaag . De PPR zag deze ontwikkeling met zorg, niet in het minst in verband met de beslissing van Jalta in Polen zo snel mogelijk vrije en onbelemmerde verkiezingen te houden. De PPR had er alle belang bij een politieke krachtmeting zo lang mogelijk uit te stellen. Nadat in juni 1945 in Moskou met de PSL, was overeengekomen de verkiezingen tegen eind van het jaar te laten houden  noemde Bierut op de conferentie van Postdam  tegenover Bevin begin 1946 als termijn. In september werd mei-juni 1946 en ook de datum werd later weer verschoven. De aldus verworven tijdswinst gebruikte de PPR om haar eigen positie te versterken en van PSL te verzwakken. Om de om te winnen voor de in een hervorming van het grondbezit in en de verplichte levering van een deel van hun producten aan de staat werd snel ongedaan gemaakt. Er moest een ‘antikapitalistisch, revolutionair eenheidsfront  van arbeiders en boeren worden gevormd tegenover de kapitalistische bourgeoismacht van groot grondbezitters, grote kapitalisten en geestelijken. Daarom moest iedere toenadering tussen de socialisten (PPS) en de  (PSL), de Partij van Mikolajczyk, ten koste van alles worden gehinderd.  Het politieapparaat van Radkiewicz deinsde daarbij niet terug voor harde maatregelen. PSL-leden, maar ook leden van andere partijen die met de PSL sympathiseerden werden gearresteerd of vermoord.

Verscherpte terreur

In het najaar begon de PPR een campagne om te komen tot één kandidatenlijst van alle partijen. Alle groeperingen zouden zich volgens dit plan verenigen tot één ‘democratische blok’ en samen de verkiezingen ingaan. De PSL zal dan 25 % van de zetels in de toekomstige volksvertegenwoordiging krijgen. De bedoeling was kennelijk een confrontatie met de  P SL uit de weg te gaan en bij weigering van de PSL  deze partij des te heftiger te betichten van een antirevolutionaire,  kapitalistische gezindheid. Tot februari 1946 werd over dit plan onderhandeld. Toen besloot de PSL niet mee te doen. Sindsdien werd de  terreur tegen de oppositiepartijen door middel van arrestaties, ontheffingen uit belangrijke functies en beperkingen van de bevoegdheden van de PRL- ministers nog verscherpt. ‘ Ze vroegen erom,’luide het  commentaar van de Poolse communistische historicus J. Borkowski. Die de vele beperkende maatregelen onbeschroomd opsomt. Overal waar contacten tussen de PSL-leden en ondergrondse anticommunistische organisaties worden gesignaleerd- en met enige vindingrijkheid lukte dat nogal eens, want Mikolajczyks partij werd steeds meer een vergaarbak van reactionaire en anticommunistische verguren -  werden de PSL-partijkaders verboden. Met de bedoeling de verkiezingen nog verder uit te stellen deed het uitvoerend comité van de PPS op 31 maart 1946 het voorstel een referendum te houden over drie ingrijpende aangelegenheden,  de Polen werd gevraagd zich uit te spreken over de afschaffing van de Senaat, de hervorming van het grondbezit en nationalisering van de zware industrie, en de Oderneissgrens. Het was te verwachten dat de Polen in overgrote meerderheid met deze punten akkoord zal gaan, ongeacht de partij waartoe men behoorde een de uitslag zou dan een vertrouwensvotum  ten aanzien van het regering beleid kunnen gelden. Ondanks verzet van de PSL en enkele PPS –leden stemde de Nationale Raad in met het voorstel en stelde als datum voor het referendum 30 juni 1946 vast. Terwijl de partijen van het democratische blok een groots opgezette propaganda gingen voeren voor een driemaal jaar besloot de PSL op aandringen van Mikolajczyk zich in te zetten voor een ‘nee’ op de eerste vraag; niet zozeer omdat de PSL tegen afschaffing van de senaat zou zijn, als wel nu reeds een politieke krachtmeting te laten plaatshebben.

 


Intimidatie van kiezers

Het referendum werd gehouden in een sfeer van morele druk en zelfs van fysieke terreur. Honderden PSP activisten werden kort voor de dertigste gevangen genomen. Het ' ja'-stemmen werd op tal van manieren vergemakkelijkt. De PPR slaagde erin om de controle op de stemmingen en tellingen grotendeels in handen van partijgetrouwe elementen te leggen. In veertien van de in totaal  zestien provincies wisten commissieleden van de PSL  toch in een aantal plaatsen inzage te krijgen in de werkelijke uitslagen. Ook op de ware uitslag van de stad Krakόw wist de PSL beslag te leggen;  op grond daarvan maakte de partij bekend dat 85% van de kiezers op vraag 1 ' nee' had geantwoord. Volgens de officiële uitslag, die pas tien dagen na het referendum verscheen, had 68%  van de kiezers ' ja'  geantwoord op vraag 1, 77,2 %  op vraag 2 en 91,6 % op vraag 3.
Mikolajczyk protesteerde, zowel tegen de onjuiste uitslag als tegen de belemmeringen en de beïnvloeding van de kiezer. zijn protest werd op formele gronden afgewezen, Waarmee andermaal een poging om te verhinderen dat Polen langzaam maar zeker een satelliet van de Sovjets werd, was mislukt.

Gerard Dierick, student geschiedenis.   

Memo

Vrij spel van rood.

De opzet van dit cahier is de lezer een beeld te geven  van het revolutionaire proces dat zich in het eerste jaar van de ineenstorting van Duitsland  en de landen van Midden-Europa  voltrok: de ontwikkeling van ieder van die landen afzonderlijk in de richting van een volksdemocratie naar marxistisch-leninisch model. In de gebieden waaruit het Rode Leger de Wehrmacht had verdreven, was al vόόr 1939  de noodzaak van hervormingen overal onderkend. In deze situatie toonden de communisten -ten dele in Moskou opgeleid - zich als politici het meest slagvaardig. Hun politiek van onteigening vond aanvankelijk weerklank bij het plattelandsproletariaat en de fabrieksarbeiders. De afzonderlijke bijdragen laten niet alleen het feitelijk verloop van de ontwikkelingen en de chronologie van de gebeurtenissen, zij bieden ook zicht op de uitkomsten van het sovjettiseringsproces.

Duidelijk wordt hoe de coalitieregeringen van het eerste uur in de Midden-Europese landen werden uitgeschakeld en hoe de communistische minderheid, beschermd door het Rode Leger, door terreur en vervalsing van de verkiezingen de macht in handen wist te krijgen. In Hongarije verliep dat niet zonder strubbelingen, maar kennelijk heeft Moskou die les ter harte genomen, want in Polen hadden de Sovjets later meer greep op de situatie  en liepen zij daardoor minder risico.  

Minder duidelijkheid bestaat over de rol van de economische raden waarin de communisten de dienst uitmaakten en die de coalitieregeringen in macht voorbijstreefden.  Evenmin is het mogelijk om achteraf precies aan te geven hoe de invloed vanuit het Kremlin vanuit de politiek en economische praktijk heeft gewerkt. Uiteindelijk moet het Moskou zijn meegevallen dat het proces zo vlot is verlopen. De onmacht van de niet-communisten om een antifascistisch alternatief te bieden geeft daarvoor ten dele een verklaring. Dit falen van de niet-communisten én het verband met de politieke en maatschappelijke situatie van voor 1939 is dit tot o dit ogenblik nog te weinig onderwerp van historisch onderzoek geweest.

MNG

'  Onze jaren 45- 70'  staan onder redactie van prof.dr. A.F.Manning (voorzitter), prof.dr.P.W.Klein, drs.P.R.A.van Iddekinge, drs.A.H.Paape en drs.R.L.Schuursma.

 

De puinhopen van Warschau vormden geen al te prettige achtergrond voor de nering van deze straatfotograaf. Hij vond er een oplossing voor, al was deze weinig in overeenstemming met de zeker niet romantische periode waarin hij kort na de oorlog zijn werk deed.

Geknoei met driemaal ja.

Eind april 1946 besloot de Nationale Raad de datum voor het referendum vast te stellen op 30 juni. De Polen zouden zich moeten uitspreken over de volgende vragen: moet Polen een volksvertegenwoordiging hebben met één of twee kamers? Moeten de beginselen met betrekking tot de nationalisering van de industrie en de hervormde landhervorming in de grondwet worden opgenomen? En moeten de Oder en de Neise blijven de westelijke grens van Polen vormen? In de maand voorafgaand aan het referendum vroeg men zich in diplomatieke kringen in Warschau af of de regering en de oppositie tot overeenstemming zouden kunnen komen over de betrokken kwesties en op de regering wanneer dat niet het geval zou zijn het referendum door zou laten gaan en of er tellen van de stemmen eerlijk zou gebeuren. Karel Popiel was lid geweest van de Poolse regering in ballingschap en kwam in 1945 terug naar Polen als leider van de fel anticommunistische SP. de Christelijke Arbeiderspartij.De oppositie bestond op dat tijdstip uit het Poolse Boeren Partij (de P. S. L.) van Mikolajczyk en de christelijke arbeiderspartij (de SP) van Karol Popiel, die minister was geweest in de Poolse regering in Londen een deze twee partijen besloten zich gezamenlijk te verzetten tegen het regeringsstandpunt ten aanzien van de eerste vraag een, op grond van het feit dat het uitschakelen van de senaat in tegenspraak zou zijn met de grondwet van 1921 en bovendien een waardevol controleapparaat zou wegnemen dat gebruik zou kunnen horen tegen door de communisten beheerst parlement (Sjem). Beide partijen drongen er daarom bij hun leden op aan de eerste vraag  te beantwoorden met nee maar de tweede en derde vraag met ja de campagne van de oppositiepartijen tegen het uitschakelen van de Senaat werd al vóór de stemming tegengewerkt.

Affiches van de Poolse Boeren Partij werden in grote getale van de muur schuur, de plakkers werden bedreigd of mishandeld. De twee partijen kregen weinig of geen zendtijd toegedeeld van de door de staat beheerde Radio omroep. Het advies van Mikolajczyk aan zijn aanhangers de eerste vraag met nee te beantwoorden werd door de overheidscensuur niet vrijgegeven voor publicatie. De Poolse Boeren Partij zag zich gedwongen haar toevlucht te nemen tot onder meer Uganda om haar leden voor te lichten over de partijpolitieke lijn een import nam werden 3000 partijleden gearresteerd en uitgesloten van een referendum. Een heel Polen kwamen meldingen van arrestaties van vele partijleden.  Daarin tegen verschenen aanplakbiljetten met de verkiezingleuze van de regering ‘3 Razy Tak’ (Driemaal Ja) bij duizenden op de muren en gebouwen. Deze hade campagne, die het land miljoenen zloty’s kosten, werd ondersteund door betaalde propagandisten die aan de vooravond van het referendum in vrachtwagens door de steden reden en die luidkeels de politieke strijdkreet riepen. 

 In de ochtenduren reed een door Warschau en observeerde de lange rijen stemmers die geduldig en gedisciplineerd hun de beurt afwachten. Ik bezocht verscheidene stemlokalen en bemerkte niets van een enigerlei intimidatie. 's Middags bezochten mijn vrouw en ik een aantal dorpen in de omgeving komen zoals Konstancin, waar de wreedheid van de zomerse zondag niet niet vermoeden dat er een felle politieke veldslag, met internationale consequenties werd uitgevochten. Na mijn terugkeer in hotel Polonia ontving ik al spoedig de eerste berichten van waarnemers die in de provincie op inspectie waren geweest. Sommige rapporten kwamen, als gevolg van de grote afstanden, pas dagen later binnen en de opkomst van het kiezersvolk was groot, van tot 90 %, en de stemming verliep blijkbaar ordelijk en zonder openlijke in intimidatie. Medewerkers van de ambassade,  die buiten de stemlokalen de wachtende observeerde, werden zelfs  door de leden van de stembureaus uitgenodigd binnen een kijkje te komen nemen .Alle rapporten duiden erop dat de dag rustig en zonder grote moeilijkheden was verlopen.

 De kiezer kon zijn stem in het geheim uitbrengen, maar de vrees was algemeen, zoals onze waarnemers berichtten, dat er fraude gepleegd zou worden bij het tellen van de stemmen. Inderdaad waren er in de wet op het referendum clausules die konden leiden tot bedrog om eerlijke praktijken; een blanco stem werd bijvoorbeeld  beschouw als ,ja, op alle drie de vragen. Verder was er de bepaling dat overheidsinstanties en door de staat beheerde industrieën  in groepsverband zou instemmen. Het personeel werd gedwongen om drie maal ,ja,  te stemmen omdat niet opvolgen van dit bevel werd bestraft met ontslag. Stemden ambtenaren en arbeiders van de staatsfabrieken unaniem  in het voordeel van de regering. (…) de laatste fase van de stemprocedure, het tellen van de stemmen, leende zich het best voor knoeierijen. De wet schreef voor dat de stemmen in de stemlokalen geteld moesten worden in aanwezigheid van vertegenwoordigers van alle partijen. Maar hogere regeringsautoriteiten en de veiligheidspolitie graven in het geheim opdracht de stembussen voor het tellen van de stemmen van de stemlokalen over te brengen naar de hoofdkwartieren van de districtscommissarissen.

In Kraków bleek de verkiezingscommissie de bedoelingen van de regering al gauw te hebben doorzien. De stemmen werden geteld en de uitslagen doorgeven, nog vóór de instructie inzake het overbrengen van de stembussen binnen was. De regering moest toegeven dat in Kraków 84 % van de stemmers de eerste vraag met ‘nee’ had beantwoord.(..) ik zou het departement een samenvatting van de conclusies van onze waarnemers ten aanzien van de uitkomsten van het referendum: het enige bewijs voor de juiste telling van stemmen- de regering zijn bladen meldden dat het zulks het geval was -bestaat uit officiële verklaringen van regeringsfunctionarissen. De volgende factoren geven een aanwijzing dat de tellen niet met de vereiste zorgvuldigheid was geschied: Er is geen afdoende bewijs dat de regering meer dan een zeer gering aantal van de stemmen op zich heeft verenigd. Modzelewski en andere regeringsfunctionarissen hebben geen feiten tegenover de Amerikaanse ambassade en andere diplomatieke missies erkend dat de regering niet meer dan 20% van de stemmen heeft behaald. Waarnemers van de ambassade hebben gemeld dat in de 12 verschillende delen van het land die zij bezochten,  de eerste vraag met ‘nee’ is beantwoord, zoals uit gesprekken met kiezers is gebleken. Mikolaczyk, die algemeen een reputatie van integriteit geniet, heeft kennelijk de beschuldigingen uit dat de verkiezing is uitkomsten zijn vervalst. Barcikowski, het hoofd van de verkiezingscommissie, heeft echter verklaard dat een dergelijke klacht kon worden aanvaard, omdat de wet op het referendum geen regeling bevat voor het indienen van dat soort klachten!

 

(Uit: ‘I Saw Poland Betrayed ‘,door Arthur Bliss Lane, van 1944-1947 Amerikaans ambassadeur in Polen – New York z.j.)

 

 

 

De binnelandse politieke strijd in Polen speelden zich voor een deel af buiten de wereld van de gewone man, die in het zwaar geteisterde, leeggeplunderde landal moeite genoeg had het leven bij te houden. Door de algehele schaarste ontstond er een levendige straathandel in allerlei goederen.

Vertrek uit Lwow.

De oorlog liep op zijn einde en de geest van de Polen was niet gebroken: zijn vertrouwden eenvoudig op de westelijke geallieerden en op hun eigen regering in Londen en zij hadden goede hoop op het resultaat van de besprekingen van De Grote Drie op de Krim. Zonder overdrijving kan worden gezegd dat de bekendmaking door de Russische radio en pers van de besluiten van Jalta (12 februari 1945) voor de inwoners van Lwow de verschrikkelijkste schok was sinds 1939. De westelijke geallieerden steunden Rusland niet alleen in zijn territoriale aanspraken op Polen, maar zij erkennen als basis van de voorlopige coalitieregering ook liever het communistische Comité voor de Nationale Bevrijding dan de Poolse regering en Londen. Indien er nog optimisten waren die hoopten dat Lwow niet was inbegrepen in de territoriale concessies, zoals die lagen opgesloten in het begrip ‘Curzon-lijn’ (de stad was immers geërfd van Oostenrijk en niet van tsaristisch Rusland) , dat liet Churchills commentaar op de Jalt- besprekingen over de zaak geen twijfel bestaan: een paar dagen na Jalta,  toen hij in het Lagerhuis sprak over het Poolse vraagstuk, had hij het over ‘de Curzonlijn, met inbegrip natuurlijk van het afsnijden van Lwow van Polen.’ De Russische pers en de met haar verbonden bladen in Lwow werden steeds agressiever tegenover de Poolse regering in Londen, haar ondergrondse bestuursorganen in Polen en het A. K. (Armija Krajowa, het Poolse ondergrondse leger).

In februari in de intelligentsia van Lwow opgeroepen een voor de regering in Londen bevredigende verklaring te tekenen. Behalve de communisten en hun sympathie waren er slechts weinigen die bereid waren te tekenen, de openlijke dreigementen ten spijt. Kort daarna werden de twee voornaamste voorstanders van deze pro Sovjet politiek (de arts Bielecki en de hoogleraar in de scheikunde Lenganer) door een geheime organisatie ter dood veroordeeld en geëxecuteerd. Maar de weerstand van het volk, die tot nu toe ongeschokt was geweest, bereikte zijn breekpunt. In de lente van 1945 begon de grote volksverhuizing naar het westen, waar over de Russen en het bevrijdingscomité tot overeenstemming waren gekomen en waar aan de westelijke geallieerden op de conferentie van Potsdam uit tactische overwegingen hun goedkeuring hadden gegeven. Uit Oost-Galicë, uit Wolynië, uit het gebied rondom Wilna vertrok de ene trein vol mensen na de andere. Maar het geheel waren velen van hen geruïneerd, moreel stonden zij aan de rand van een ineenstorting zijn klanten zich nog wanhopig vast aan hun huis, dat zijn echter verplicht waren te verlaten, wilden zij hun vrijheid en een even niet verliezen. Deze ‘spontane’ volksverhuizing bleek een voorwendsel om de mensen te beroven van hun laatste roerende eigendommen de eerste gepubliceerde tekst van de overeenkomst gaf de vertrekkende Polen nog de mogelijkheid al hun vee en bezit mee te nemen.

Geleidelijk aan echter werd door de gemengde Pools Russische commissie in Lwow verder wezen naar afwijkende paragrafen in de Sovjet wetgeving, dit met de bedoeling de halfnomadische volksmassa's uit Rusland die naar Lwow zouden verhuizen, zo goedkoop mogelijk te helpen aan de attributen van een gevestigde staan. Het was daarom streng verboden meubels of kunstvoorwerpen mee te nemen. Men kon ze goedkoop van de hand doen, maar men mocht het geld niet meenemen, omdat de uitvoer van goud, zilver en Russisch of buitenlands geld verboden was. Gouden en zilveren voorwerpen, zelfs horloges en ringen (met uitzondering van gladde trouwringen), alle soorten juwelen, konden in beslag worden genomen. De Polen die Lwow verder weten, mochten geld meenemen tot een waarde van 1000 zloty (10 dollar volgens de officiële koers, maar een jaar later in werkelijkheid een dollar waard). Omdat de mensen die zich gereedmaakt een weg te trekken en daarom hun roerende goederen hadden verkocht, probeerden zijn deze om te zetten in goederen die zijn in Polen wilden verkopen, om zo hun investering terug te krijgen. Ook hierbij echter ontmoeten zijn mogelijkheden: de douane legde beslag op de koffie ,thee, drank, camera's, schrijfmachines, radio's en zelfs ingeblikte waren. Dat gebeurde op de verscheidene westelijke of verzonnen gronden een gelukkig in de correctheid van de Russische beambten de Polen af en toe een eigendommen te behouden. Maar het kwam ook voor de passagiers van zijn vol voor verhuizers volledig werden uitgeschud; dat gebeurde in mei 1946 bij voorbeeld op het grensstation Rawa Ruska. Niet alleen de Polen en joden die altijd in dit gebied hadden gewoon, moesten verhuizen, maar ook zij die terugkeerde uit ballingschap in Rusland. Onder hen vormden de joden- ex- Polen zowel als Sovjetburgers- de meerderheid; zijn probeerden zo snel en zo ver mogelijk naar het westen te komen. Als het om jonge ligging maakte de Russen om twee redenen geen bezwaar tegen het vertrek van deze Sovjetburgers: zij verwachten dat ze niet in het westen en in het Nabije Oosten communistische propaganda zouden maken en bovendien nam het antisemitisme onder de massa van de bevolking in de Sovjetunie snel toe; in 1945 had dit zelfs al geleid tot plaatselijke pogroms zoals in Kiew, waar de joden na de oorlog een meerderheid vormden. Met de bedoeling de aandacht van de bevolking af te leiden van dit probleem maar dat zo pijnlijk was in verband met de sterke joodse invloed in de partij investeerde de partij alle autoriteiten geen joden te benoemen belangrijke of leidende, worstelen, geen pro of anti joodse publicaties toe te staan en de integratie van joden te bevorderen.

 

(Uit: ‘Reminniscences from Lwow, 1939-1946’, door Zygmunt Sobieski in ‘Journal of Central European Affairs, Volume, April 1946)

 


Patriot zonder vaderland.

Stanislaw Mikolajczyk (1901-1966) POOLS POLITICUS.

Alle trefwoorden van de Poolse politieke tragedie komen aan bod in het leven van Stanislaw Mikolajczyk: emigratie, patriottisme,beurtelings angst voor de haat jegens de Russen, gematigd socialisme, onverwoestbaar idealisme en -op kritieke momenten- een volslagen blindheid voor politieke realiteiten en machtsverhoudingen. Pas toen de blinde ziende werd, zou de kringloop zich in uiterste consequentie sluiten: opnieuw emigratie. De op 18 juli 1901 in het Westfaalse Holsterhausen geboren zoon van een uitgeweken Pool kon eerst op zeventienjarige leeftijd voet op Poolse bodem zetten. Twee jaar nadien nam hij fanatiek deel aan het avontuur van maarschalk Joseph Pilsudski, waarbij de Polen niet alleen landwinst in het oosten, maar ook een politieke erfenis kregen waarvoor zij tijdens en na de Tweede Wereldoorlog zwaar zouden moeten boeten. De jeugdige soldaat  Stanislaw Mikolajczyk deed tijdens de veldtocht zijn eerste Russische ervaringen op; gevoelens die zich in hem -en in talloze ander Polen- zozeer zouden vastzetten, dat noch hij, en vele van zijn landgenoten, ooit tot een vrijwillige compromis met de Sovjetunie bereid zouden zijn. Ook hebben de Poolse communisten het na de Tweede Wereldoorlog van de daken geschreeuwd, Stanislaw Mikolajczyk was allerminst een rechtse figuur. Na zijn demobilisatiewas hij immers toegetreden tot de boerenpartij van Wincenty Witos. welke politieke groepering niet alleen sociale hervormingen voorstond, maar ook steeds feller oppositie pleegde tegen de dictatuur van Pilsudski en hem opvolgende rechtse kolonels.

De invloed van de Boerenpartij nam nog toe, Mikolajczyk zijn intrede deed in d Sejm, het Poolse parlement. Nadat Witos naar het buitenland had moeten vluchten, werd Mikolaiczyk voorzitter van de Boerenpartij, die onder zijn leiding een nog progressievere koers koos. Het bond genootschap tussen Nazi-Duitsland en d Sovjetunie en de verraderlijke inval van de Duitsers en Russen dreven Mikolajczyk nog meer in het patriottische kamp en deden zijn angst-haat jegens de Russen neurotische afmetingen aannemen. Vooralsnog richte Mikolajczyk zijn aandacht echter op de Duitsers. Na zijn nederlaag wist hij via Hongarije, Joegoslavië en Italië naar Parijs te ontkomen, waar hij zich melde bij generaal Wladislaw Sikorski, die een voorlopige regering had gevormd. Ondanks de bewondering die Mikolajczyk voor Sikorski koesterde, kwam het tocht tot spanningen tussen beiden politici. Kort nadat de Poolse regering in ballingschap na de capitulatie van Frankrijk naar Londen was verhuisd, ontstonden de eerste conflicten. Toen Hitler op 22 juni 1941 zijn legers bevel gaf om de Sovjetunie binnen te vallen, begon Sikorski toenadering tot de Russen te zoeken. Motieven van persoonlijke vriendschap en bewondering weerhielden Mikolajczyk aanvankelijk van een stellingname tegen Sikorski, maar na de ontdekking van het drama van Katyn (de moord op 4000 Poolse officieren, waarin na vele aanwijzingen Stalin de hand in had gehad) kon Mikolajczyk zijn anti Russische gevoelens niet langer verbergen. Toen hij na de dood van Sikorski -de generaal kwam op 4 juli 1943 om het leven bij een vliegtuigongeluk - premier was geworden, begon zowel de Poolse regering in ballingschap als de niet-communistische verzetsleiding in Polen een forse zwenking naar rechts te maken.

Mikolajczyk werd leider van een door Duitsers en Russen getergd volk. Het was bijna onontkoombaar dat het patriottisme het daarbij moest overwinnen van de politieke inzichten. Dat zich intussen in Polen zelf -onder druk van de naderende Sovjetlegers en daarmee gepaard gaande krachtiger wordende communistische verzet tegen de Duitsers -grote veranderringen voltrokken, bleek zowel Mikolajczyk  als de overige Poolse politici in Londen te zijn ontgaan. Mikolajczyk hamerde bij Churchill en Roosevelt er voordurend op dat het Stalin allen was begonnen om Oost-Polen. Hij hield zijn geallieerden vrienden voor dat de Sovjetunie na de oorlog heel Polen zou overheersen. En na het onderhoud dat Mikolajczyk op 13 oktober 1944 met Stalin had, was hem duidelijk dat na de Duitse nederlaag ook Tsjecho-Slowakije en Hongarije onder de Russische voet zouden worden gelopen. Toe Mikolajczyk bemerkte dat hij noch in staat was met Stalin een aanvaarbaar compromis te sluiten, noch het vertrouwen van de nog steeds meer naar rechts afzwenkende Londense regering kreeg, besloot hij op 24 november 1944 af te treden. Maar zodra de verantwoordelijkheid van hem was afgevallen, begon hij uit te zien naar mogelijkheden om nog althans iets van zijn idealen ter verwezenlijken.  De kortstondige opflakkering van de politiek realisme was spoedig gedoofd. Mikolajczyks patriottisme, gepaard aan zijn typisch Poolse overspannen politiek aspiraties, maakten hem ten dele blind voor de werkelijke verhoudingen.

Hij had begrepen dat Stalin van plan was Polen na de oorlog vast in zijn greep te krijgen en er door hem een gevormde regering te instaleren, waarin de reeds vóór de oorlog naar de Sovjetunie gevluchte Poolse communisten de boventoon zouden voeren. Maar hij meende met de inbreng van het vooroorlogse program van de Boerenpartij (waardoor hij op het platteland tot lang na de Tweede Wereldoorlog populair bleef) en met een beetje geven en nemen nog een groot deel van de Poolse onafhankelijkheid te kunnen redden. In feite gaf Mikolajczyk veel meer dan hij kreeg. Hij ontving voor zijn partij slechts enkele ministerszetels in een voor het grootste deel uit communisten bestaande regering. Hij stemde toe in afstand van het oostelijk Polen aan de Russen, aanvaarde een Russische bezetting en de toezegging van vrije verkiezingen. Het valt niet te ontkennen dat Mikolajczyk tussen 27 januari 1945 (de dag waarop de voorlopige coalitieregering op het vliegveld Okeçie bij Warschau landde) en 9 oktober 1947 (toen hij besloot naar het westen te vluchten) al het mogelijke heeft gedaan om een alternatief  tegenover het communistische regime te stellen. Zijn sociale inbreng in het kabinet -landhervorming- werd echter door communistische bureaucratie gefrustreerd; zijn pogingen om de aanhang van de Boerenpartij te mobiliseren mislukten. Hij werd voordurend verast met de terreurmethoden van zijn tegenstanders; zijn patriottisme en anti-Russische houding maakten hem tot een weinig benijdenswaardig partner voor de nog weifelende niet-communistische linkse partijen.

De zogenaamde vrije verkiezingen van 19 januari 1947 verloor Mikolajczyk. Deze zwarte verkiezingzondag haalde een streep door alle verwachtingen die hij ooit had gekoesterd. Het enige dat Mikolajczyk restte was de vlucht naar het Westen. Via Duitsland en Engeland kwam hij terecht in de Verenigde Staten, waar hij door vertegenwoordigers van zes Oost-Europese landen  werd verkozen tot voorzitter van de Internationale Boerenunie. Vanuit zijn flat in Washington koesterde hij nog twintig jaar Poolse patriottisme en zijn vijandschap jegens de Sovjetunie de communisten, maar al die twintig jaar was hij gedoemd tot machteloosheid. Op 16 december 1966 overleed hij zoals hij was geboren, een emigrant, vervreemd van wat hij zijn vaderland noemde.

Drs. L.A van Vlijmen. Hoofdredacteur Brabant Pers.

11-03-2010 ◊ LAST UPDATE

NAAR BOVEN TERUG

Ook in Polen speelden de politieke verwikelingen in 1945 en 1946 zich af tegen een decor van verschrikkelijke oorlogsverwoestingen. Vooral de Poolse hoofdstad Warschau was hevig geteisterd. Deze opname werd gemaakt in het puin van de hoofdstedelijke kathedraal.