Generaal Maczek Museum

                              1994

Door op een van de onderstaande links te klikken kunt u de persberichten van het
bovenstaand jaar nog eens inzien.

Poolse generaal Maczek wordt begraven.(23 december)
Persoonlijk (12 december)
Polen. (9 juni)
Evenementen. (21 juni)
Polen in den vreemde. (23 augustus)
Polen. (9 juni)
Enclave van voormalige Poolse bevrijders. (28 oktober)
Dolle Dinsdag. (31 augustus)

 

 

de Volkskrant, Binnenland, 23 december 1994

 

Poolse generaal Maczek wordt begraven in stad die hem ereburger maakte Bevrijder van Breda streed altijd ridderlijk


INEKE JUNGSCHLEGER

De bevrijder van Breda, de Poolse generaal Stanislaw Maczek, ligt in het oude stadhuis aan de Grote Markt opgebaard onder een schilderij van de overgave van de stad in 1625. Justinus van Nassau geeft op het historisch tableau de sleutels van de stad aan de Spaanse bevelhebber Spinola. Een meter verder aan dezelfde wand hangt het portret van Willem van Oranje, door wiens toedoen het weer voor een paar eeuwen goed zou komen met de vrijheid.

 

Een oud-strijder neemt afscheid van de Poolse generaal Maczek, die ligt opgebaard in het stadhuis van Breda.

 FOTO JOEP LENNARTS - DE VOLKSKRANT

Van onze verslaggeefster Ineke Jungschleger

 

 

 

BREDA

Maczek, 11 december gestorven op 102-jarige leeftijd, was de bevelhebber van de 1ste Poolse Pantserdivisie, die Breda in 1944 bevrijdde van de Duitse overheersing. Uit zijn testament bleek dat de ereburger van Breda de uitnodiging van de gemeente om daar begraven te worden, heeft aanvaard. Zijn lichaam werd woensdag overgevlogen.

Donderdagmiddag defileren gemengd Pools-Nederlandse families en andere inwoners van de stad langs zijn kist, bedekt met rijen onderscheidingen. Daartussen dezelfde baret die de bejaarde mannen dragen die halverwege de middag de erewacht overnemen van de kadetten van de Koninklijke Militaire Academie.

Stanislaw Maczek was de laatste van de divisie-commandanten van het invasieleger die nog leefde. 'En de beste', zegt Henrik Brozowski, die onder hem diende. 'Hij is de hele oorlog trouw gebleven aan zijn principes.' Maczek was niet het type generaal van 'platschieten en doorrollen'. In zijn dagorders stonden altijd opmerkingen over het sparen van burgers en cultuurgoederen. 'Vecht hard, maar ridderlijk', hield hij zijn manschappen voor.

Een oude dame legt een boeketje bij zijn foto, aan de voet van de baar. 'Hij kwam bij ons thuis, in het café van mijn ouders' zegt de vrouw van Brozowski. 'Ik heb nog met hem gedanst.'

Maczek, zoon van een rechter, studeerde Poolse taal- en letterkunde. Hij stopte daarmee om in militaire dienst te gaan toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Een militaire loopbaan was niet zijn eerste keuze, maar meer een gevolg van de omstandigheden.

'Door onze inspanningen zal Polen herrijzen en leven', hield hij zijn manschappen voor. Maar Polen kwam na de bevrijding onder communistisch bewind en dat zinde generaal Maczek niet. Hij vestigde zich als balling in Schotland en onderhield in de loop van de jaren vriendschapsbanden met Breda, waar tweehonderd gesneuvelde Poolse strijders begraven liggen.

De 1ste Poolse Pantserdivisie bestond voor een groot deel uit Poolse krijgsgevangenen die de Britse premier Churchill na de Duitse inval in de Sovjet-Unie van de Russen wist los te krijgen. In het voorjaar van 1944 stond deze divisie in Engeland te popelen om te worden ingezet bij de invasie. De overtocht naar Normandië was voor hen de eerste stap naar huis, naar de bevrijding van hun vaderland.

Maar meteen na de Duitse capitulatie kwam Polen in de Russische invloedssfeer. Voor veel Polen die de strijd overleefd hadden, was dat een reden om niet terug naar huis te gaan. In west-Brabant bleven na de oorlog een paar honderd Polen van de pantserdivisie wonen. Hoeveel weet niemand precies. Zij vonden werk, trouwden meestal met Nederlandse vrouwen en vielen alleen nog op door hun Poolse familienaam.

Kees Coenders (47), uitgever van beroep, knipt de laatste jaren alle opverlijdensadvertenties met Poolse namen uit. 'De soldaten van de Poolse pantserdivisie zijn nu tussen de zeventig en tachtig jaar. De overlijdensadvertenties zijn een hulpmiddel om te traceren waar zij in Nederland terechtkwamen.' Coenders beheert een collectie foto's, documenten en militaire distinctieven van de Poolse bevrijders. Een deel van zijn huis heeft hij ervoor vrijgemaakt: het Generaal Maczekmuseum.

In 1981 heeft hij er de generaal rondgeleid. Maczek was zeer geliefd in Breda, vertelt Coenders. In 1965 is nog eens geld ingezameld omdat Maczeks spastische dochter niet goed geworden was tijdens een vakantie in Spanje. De generaal belde in paniek op naar een vriend in Breda: het kind moest onmiddelijk terug naar Engeland, maar dat kon niet, want er was geen geld. Na een oproep op de VARA-radio kwamen honderden mensen guldens en rijksdaalders brengen naar het Bredase stadhuis.

Vandaag wordt Maczek begraven. De uitvaartmis die aan de begrafenis voorafgaat, wordt opgedragen door mgr Muskens, bisschop van Breda.

Copyright: de Volkskrant

top


de Volkskrant, Binnenland, 12 december 1994

PERSOONLIJK


 

Generaal-majoor STANISLAW MACZEK, geallieerd bevelhebber uit de Tweede Wereldoorlog, is zondag op 102-jarige leeftijd in Schotland overleden. Maczek voerde tegen het einde van de oorlog het bevel over de Eerste Pantserdivisie van het Poolse leger-in-ballingschap en was als zodanig betrokken bij de bevrijding van delen van Frankrijk, België en Nederland.

Copyright: de Volkskrant

top

de Volkskrant, Forum, 9 juni 2005 (pagina 10)

Polen


Bussum Wim Bloemendaal

Malgorzata Bos-Karczewska meent als voorzitter van de Stichting van Poolse Experts, een lobbyachtig genootschap ter promotie van dat land, Jan Blokker te moeten kapittelen over zijn kennis van de Poolse geschiedenis aan de hand van een hoogst irritant verhaal. Vrijwel iedere Nederlander is op de hoogte van het feit dat Breda werd bevrijd door een Poolse legereenheid onder aanvoering van generaal Maczek. En wij weten ook dat in juli 1946 42 joden (onder wie zwangere vrouwen en kinderen) in Kielce werden vermoord. Een pogrom. Ruim een jaar na de Tweede Wereldoorlog. Waar? In Polen!

 

Copyright: de Volkskrant

top

 


de Volkskrant, Traject, 21 juni 2003

Evenementen

 

Het Generaal Maczek Museum in Breda is een bijzonder instituut. Het is gewijd aan de Polen die hebben meegedaan aan de bevrijding van Nederland in 1944/45. Slechts elke derde zondag van de maand is het museum open (van 14 tot 17 uur) en dat geldt dus ook voor deze zondag, 22 juni. De huidige tentoonstelling heet 'Van Baarle-Nassau tot Moerdijk', een gebied dat door de Eerste Poolse Pantserdivisie werd bevrijd. Adres: Trip van Zoudtlandtkazerne, De la Reyweg 95. Zie ook: www.maczekmuseum.nl.

Copyright: de Volkskrant

evenementen@volkskrant.nl

top


de Volkskrant, Binnenland, 23 augustus 2005 (pagina 02)

Polen in den vreemde: als suikerklontjes in een glas thee


Door Bart Jungmann

West-Europese economieën draaien steeds meer op Oost-Europeanen, met de Polen ruimschoots in de meerderheid. Als kameleons nemen zij de kleur over van hun nieuwe vaderla

De etalage is van een ontroerende eenvoud, zo eentje die je alleen nog ziet in films van Alex van Warmerdam. Voor het raam staan twee bosjes graan, waarmee het begrip levensmiddel tot zijn essentie wordt teruggebracht. Daarboven staat, onder een nationale rood-witte wimpel, in sierletters geschreven ‘Poolse delicatessen’, ofwel Delikatesy Polskie.

Zijn winkel heet U Szefa en eigenaar Bogdan Szewczyk moet lang zoeken naar de vertaling daarvan. Het moet zoiets zijn als ‘onder ons’ en dat is ook precies wat de winkel is: een sociaal trefpunt voor alle hem omringende Polen. De blikjes met Zupa Pomidorewa en het bier van Tyskie smaken naar het verre vaderland.

Scewczyk, afkomstig uit Czechowice-Diezdzice, heeft het postuur van een worstelaar. Zijn vierkante hoofd lijkt rechtstreeks op zijn gespierde schouders geschroefd, maar is ook toegerust met een geruststellende glimlach.

Scewczyk is net terug uit Frankfurt aan de Oder, waar hij bij een gespecialiseerde groothandel de voorraad bier heeft aangevuld. Het is verreweg zijn populairste product. De kratjes moeten deze zondagmiddag dringend worden gelost, maar eerst staat Scewczyk de pers te woord. ‘Afspraak is afspraak. Voor een Pool klinkt dat misschien gek, maar juist daarom ben ik graag in Nederland.’

Halverwege vorige maand opende hij zijn winkel in Leiden en nu maakt Bogdan Scewczyk alweer plannen voor een tweede vestiging in Hillegom, zo’n beetje het epicentrum van de Poolse invasie. Waar het seizoenswerk schreeuwt om personeel dat niet zeurt over arbeidsomstandigheden, is Pools zo langzamerhand de voertaal geworden. Gregor Zalewski uit Noordwijkerhout, schat het aantal landgenoten in de Bollenstreek op tienduizend.

Maar Polen zijn tegenwoordig overal. Hoogopgeleid bij onze multinationals of op onze universiteiten. Laagopgeleid achter het stuur van onze vrachtwagens, of achter de stofzuiger in onze huishoudens. En anders wel te vinden op onze deurmat, waar ze zich in moeizaam geformuleerde briefjes aanbieden als manusje van alles.

West-Europese economieën draaien steeds meer op Oost-Europeanen, van wie de Polen als nieuwe EU-broeders ruimschoots de meerderheid vormen. Zeker in landen die de deur helemaal hebben opengezet, is dat het geval. Sinds de toetreding tot de gemeenschap zouden zich in Engeland al 200 duizend Polen hebben gevestigd. Nederland heeft, net als Frankrijk en Duitsland, nog een dam opgeworpen tegen de Poolse immigranten. Officieel registreerde het Centraal Bureau voor de Statistiek op 1 januari in Nederland ruim twintigduizend Polen (eerste generatie). In totaal (al dan niet illegaal of tijdelijk) moet hun aantal zeker op het drievoudige worden geschat, zeker in deze tijden van oogst.

Over Polen wordt vooral in financieel-economische termen geschreven en gesproken, maar wie is de Pool? Hoe zit hij karakterologisch in elkaar? Hoe bevalt het hem, zo ver van huis en haard?

Op een zonnige woensdagmiddag heeft Gregor Zalewski zich geïnstalleerd op een terras in de Dorpsstraat van Noordwijkerhout. Twintig meter verderop zijn (Poolse) bouwvakkers bezig om voor hem Biuro Polonia in te richten. Vanuit dat kantoor gaat hij landgenoten straks helpen werk te vinden in Nederland, gaat hij voor hen Poolse kranten en tijdschriften importeren en goedkope busreizen arrangeren tussen de twee landen. Zalewski kwam in 1991 als achttienjarige naar Nederland. Hij was een arme jongen uit een klein dorp, die door heel hard werken in tuinbouw en horeca een bestaan heeft opgebouwd en die deze middag kennissen op z’n Nederlands begroet. ‘Alles goed?’

Een Poolse diplomaat vergeleek zijn in Nederland verblijvende landgenoten eens met een suikerklontje in een glas thee: eerst nog goed zichtbaar, al snel volledig opgelost.

Malgorzata Karczewska nam 25 jaar geleden door haar huwelijk met een Nederlander afscheid van Gdansk. Het was hetzelfde jaar, waarin een staking op de plaatselijke Leninwerf de kiem legde voor de omwenteling een decennium later. Met een woordenboek bij de hand had ze toen al kunnen kennisnemen van Nederlandse kranten, die haar man had opgestuurd. Bovendien sprak ze Engels, dus voelde ze zich als 21-jarige al snel helemaal thuis in Amsterdam. ‘Het paradijs op aarde. Geen rijen, geen tekorten, een eigen flat met wasmachine.’

Malgorzata Bos-Karczewska werkte jarenlang als Nederlands correspondente voor Poolse media. Nu is ze voorzitter van STEP, een stichting van (voornamelijk hoogopgeleide) Polen in Nederland. De uitspraak van de Poolse diplomaat had de hare kunnen zijn, en ze verklaart dat vermogen tot assimilatie uit een lange historie van landverhuizing. Al in de 19e eeuw trokken veel Polen naar Frankrijk, alleen al in de Verenigde Staten wonen 15 miljoen Polen. Als kameleons namen ze de kleur van hun nieuwe vaderland over.

Vanwege STEP vergadert ze regelmatig met collega’s van Europese zusterverenigingen en merkt dus zelf hoezeer Polen nieuwe nationale gewoonten overnemen. De Poolse Fin is zo bedaard als Finnen kunnen zijn, de Poolse Italiaan zo geagiteerd als Italianen kunnen zijn en Malgorzata Bos zal haar achternaam ook wel eer aandoen. ‘Maar als we met elkaar in vergadering zijn, vallen die verschillen weg. Dan is het al snel een Poolse landdag.’

Ondanks die rimpelloze inburgering zijn de verschillen tussen Polen en Nederlanders levensgroot. In feite zijn we elkaars tegenpool, aldus Bos: ‘Polen zijn uitbundig, Nederlanders ingetogen. Polen zijn formeel, Nederlanders informeel.’ Maar de Pool mag in eigen land een romanticus zijn, in het buitenland kiest hij voor een pragmatische oplossing. Daardoor lossen zijn eigenschappen op als suiker in de thee.

Dat is overigens minder eenvoudig dan het lijkt. ‘Wat wij hier vooral missen, is de sociale temperatuur. We houden van warmte, van een beetje feestelijkheid. Nederlanders trekken zich terug in hun gezin als ze kinderen krijgen. Poolse ouders houden hun sociale leven veel meer intact.’

De Poolse immigratie is niet van vandaag of gisteren, maar kwam honderd jaar geleden al op gang en is sindsdien een golfbeweging geweest. In het begin van de vorige eeuw deden de Limburgse mijnen al een beroep op Poolse werkers. De tweede stroom Polen kwam op gang na afloop van de Tweede Wereldoorlog toen het land communistisch werd.

Het derde golfje dateert van eind jaren zestig en was ook al politiek gekleurd: het antisemitisme van de Poolse overheid leidde tot een joodse exodus. In de jaren negentig, na de val van het communisme kwam de economische migratie op gang. Deze heeft steeds meer een tijdelijk karakter gekregen. In de Poolse volksmond heet dat na Saksy, een verwijzing naar begin deze eeuw, toen veel Polen tijdelijk te werk gingen in de Duitse deelstaat Saksen. Even snel een centje bijverdienen en dan gauw weer naar huis.

De 82-jarige P.J. Nowinski geboren in Nowe-Miesto, is van de tweede lichting en was jarenlang onderweg alvorens neer te strijken aan een Bredase singel. Nowinski was een 16-jarige gymnasiast, toen de Duitsers zijn oude vaderland binnenvielen. Hij vluchtte via Hongarije, Joegoslavië, Frankrijk, Spanje en Portugal naar Engeland, waar zijn wens om te studeren werd geblokkeerd door behoefte aan soldaten. En zo trok Nowinski als lid van de Eerste Poolse pantserdivisie in 1944 uiteindelijk Breda binnen, waar zijn oog viel op een donker meisje in een rood-wit-blauwe jurk.

Nowinski behoort tot de zogenoemde Maczek-Polen, vernoemd naar de generaal die geldt als de bevrijder van Breda. Doordat Polen in het communistische kamp werd gedwongen, bleven Nowinski en driehonderd andere manschappen hangen in Breda, in de meeste gevallen aan een Bredaas meisje.

Zijn militair voertuig heet ruim zestig jaar na dato ‘een tankske’, maar het Brabantse dialect klinkt nog altijd met een Poolse tongval. Veel meer is er niet van Polen aan hem blijven hangen. Opgelost als een suikerklontje in een glas thee. Hij is lid van Polonia, een Pools-culturele vereniging in Breda, en bezoekt trouw de Poolse mis in de Mariakerk. Maar als Poolse gelukszoekers hem na afloop van de kerkdienst vragen om een slaapplaats, poeiert hij ze meteen af. ‘Ik heb ook altijd mijn eigen boontjes gedopt.’

Gregor Zalewski meent dat de nieuwe generatie Poolse werkzoekenden last heeft van gemakzucht. ‘Ze denken snel rijk te worden, maar hebben er niet zoveel meer voor over. Toen ik begon, fietste ik vijftien kilometer naar en vijftien kilometer terug van mijn werk op een rozenkwekerij. Nu willen ze worden gehaald en gebracht, anders doen ze het niet.’

top

de Volkskrant, Forum, 9 juni 2005 (pagina 10)

Polen 02


Bussum Wim Bloemendaal

Malgorzata Bos-Karczewska meent als voorzitter van de Stichting van Poolse Experts, een lobbyachtig genootschap ter promotie van dat land, Jan Blokker te moeten kapittelen over zijn kennis van de Poolse geschiedenis aan de hand van een hoogst irritant verhaal. Vrijwel iedere Nederlander is op de hoogte van het feit dat Breda werd bevrijd door een Poolse legereenheid onder aanvoering van generaal Maczek. En wij weten ook dat in juli 1946 42 joden (onder wie zwangere vrouwen en kinderen) in Kielce werden vermoord. Een pogrom. Ruim een jaar na de Tweede Wereldoorlog. Waar? In Polen!

 

Copyright: de Volkskrant

top

 

de Volkskrant, Binnenland, 28 oktober 1994

Enclave van voormalige Poolse bevrijders drukt nog steeds stempel op openbare leven in Breda 'Ik heb lang heimwee gehad, maar nooit spijt'


HANS HORSTEN

Van de vijftienduizend Polen die in de Tweede Wereldoorlog meevochten in Frankrijk, Belgi en Nederland, vestigden zich na de bevrijding driehonderd in Breda. Hun keus voor die stad was logisch, want ze werden vereerd als helden. De Polen voelden zich er dus snel thuis, maar het moederland werd nooit vergeten

 

Van onze verslaggever

Hans Horsten

BREDA

Kort voor de Duitse inval in Polen had 'Freddy' Wieliszek, nu 73 jaar oud, de midvoor 'met de diamanten linker en de gouden rechter', nog geschitterd in het nationale jeugdelftal. Toen hij op 28 oktober 1944 als Poolse bevrijder Breda binnentrok, was zijn roem hem al vooruitgesneld. Na zijn besluit zich voorgoed in de Brabantse stad te vestigen, was het daarom slechts een kwestie van tijd voordat hij bij NAC in de punt van de aanval opdook.

'Door mijn bekendheid als voetballer heb ik het beter gehad dan mijn landgenoten die hier bleven hangen. Er werd door de club een huis voor mij geregeld, voor werk gezorgd. Het was natuurlijk niet eerlijk, maar toen had je als sportheld ook al een streepje voor in de maatschappij', zegt Wieliszek.

Zijn compaan W. Wylenzek (80), vijftig jaar terug motor-ordonnans bij de 1ste Poolse pantserdivisie, werd in zijn nieuwe vaderland aanvankelijk minder in de watten gelegd. Hij, de gymnasiast met uitstekende cijfers voor klassieke talen, moest genoegen nemen met een baantje in een Bredase fabriek. Later kon hij zijn overall inwisselen voor een net pak en opklimmen tot kantoorchef. 'Ik heb lang veel heimwee gehad, maar nooit spijt. Ze hebben ons hier in Breda altijd goed behandeld. Wat wil je: wij waren de helden die hen verlosten van de Duitsers.'

Tussen juni 1944 en mei 1945 waren vijftienduizend Polen betrokken bij de bevrijding van tientallen dorpen en stadjes in Frankrijk, België en Nederland. De inname van Breda was de parel aan hun kroon. Na het einde van de oorlog kwamen ze echter voor een moeilijke keuze te staan. De geallieerden erkenden het Moskou-getinte communistische regime in Warschau. De Poolse autoriteiten riepen hun pro-westerse strijders op huiswaarts te keren. Wie deze uitgestoken hand echter weigerde, verspeelde zijn Poolse nationaliteit.

Van de Poolse soldaten die in West-Europa achterbleven, streken er driehonderd neer in Breda. Zij legden de fundamenten voor een Poolse enclave die een halve eeuw na dato nog steeds een stempel drukt op het openbare leven in de stad. De Bredase Polen en hun kinderen en kindskinderen zijn actief in plaatselijke verenigingen en organisaties.

Daarnaast koesteren de bevrijders uit het Oosten de Polskie Towarzystwo Katolickie. Oftewel: de Poolse Katholieke Vereniging, in 1946 opgericht om een eigen cultuur, een eigen taal en vooral een wij-gevoel in stand te houden. 'Hier blijven of teruggaan; in de zomer van 1945 heeft die vraag ons allemaal wekenlang verscheurd', verhaalt Wylenzek, al vele jaren voorzitter van de vereniging.

'Voor mij gaf de doorslag dat ik in Breda verkering had met een meisje met wie ik een nieuw leven wilde opbouwen. De soldaten die in Polen al een vrouw en kinderen hadden, wilden terug naar hun gezin. Velen is dat slecht bekomen. Van onze officieren zijn de meesten bij terugkomst meteen gevangen gezet.'

Wieliszek kwam twee jaar later dan Wylenzek voor dezelfde afweging te staan. In het seizoen 1946'47 nam hij met het Poolse militaire team nog deel aan de geallieerde voetbalkampioenschappen, maar daarna moest hij een beslissing nemen. Amoureuze verwikkelingen bonden hem wel aan Breda, maar het kostte Wieliszek enorm veel moeite de drang van zijn Poolse bloed te weerstaan. 'Met pijn in mijn hart heb ik gekozen voor een bestaan in Breda. Mijn familie had in Polen een tricotage-fabriek. Ik studeerde economie en was voorbestemd het bedrijf voort te zetten. Zulke gedachten schuif je niet zomaar opzij.'

Dat Breda zich als vestigingsplaats een grote populariteit onder de Polen verwierf, was niet toevallig. Bij hun intocht eind oktober 1944 was hun een haast mythische verering ten deel gevallen. Zozeer zelfs, dat het aandeel van de Canadezen in de bevrijding van Breda er volledig door ondergesneeuwd raakte. De zuidelijke bonhommie en de roomse gezindheid van de stad deden de rest.

Wylenzek: 'In de roes van de bevrijding hebben nogal wat Poolse soldaten relaties aangeknoopt met Bredase meisjes en vrouwen. Wij noemen dat altijd het eerste echelon van onze gemeenschap. Het tweede echelon vormde zich in de maanden daarna. Het hoofdkwartier van onze pantserdivisie was lange tijd in de stad gesitueerd. Er gingen dus nogal vaak Polen op verlof naar Breda.'

De Polen huizen in een lichaam met twee zielen. De meesten integreerden zonder veel moeite en voelden zich daarom vlot thuis in hun nieuwe omgeving. Zo is Wieliszek de oprichter van de overkoepelende Bredase biljartfederatie en schrijft hij over deze sport al twaalf jaar in het lokale dagblad De Stem. Daarnaast was hij 36 jaar lang eigenaar van het café 'Huis der Negotie', een stamkroeg voor doorgewinterde NAC-supporters.

Maar de rudimenten blijven Pools. Onder elkaar praten al die Wylenzeks, Wieliszeks, Nowinski's, Kowalewski's, Kowalski's en Koslowska's nog altijd in hun moerstaal. Elk jaar opnieuw herdenken ze de 236 kameraden die op twee kerkhoven aan de rand van de stad hun laatste rustplaats vonden.

Wieliszek: 'Ik zeg altijd: we hebben een moederland èn een vaderland. Beide draag ik in mijn hart.' Toen de Poolse president Walesa onlangs een bezoek aan Nederland bracht, werd hij door Wylenzek rondgeleid over de ere-begraafplaats in Breda. Een ontroerend moment voor de Poolse kolonie. 'We hadden ook al eens de koningin op bezoek, maar dit keer was ik trots als nooit tevoren.'

De oude garde weet dat ze gedoemd is het gevecht met de tijd te verliezen. Hun nageslacht is vernederlandst. Het Poolse zaterdagschooltje is al sinds mensenheugenis dicht en ook in de Poolse dansgroep zit de klad. Steeds vaker moet voorzitter Wylenzek van de Polskie Towarzystwo Katolickie een kruisje achter de naam van overleden leden van zijn vereniging zetten.

'Vorige week hebben we er nog een begraven. In 1946 hadden we nog bijna tweehonderd leden. Nu 62', constateert hij met spijt. 'We hebben altijd een eigen lokaal gehad waar we wekelijks samenkwamen. Een paar jaar geleden raakten we dat kwijt. Dat heeft ons gemeenschapsleven een knauw gegeven.'

Maar er is nog hoop. Nazaten van de Bredase Polen hebben Pologna opgericht, een jeugdgezelschap dat wil proberen het erfgoed van hun grootvaders in stand te houden. En het Generaal Maczekmuseum in Breda, genoemd naar de nu 102 jaar oude leidsman van de eerste Poolse pantserdivisie, mag zich in een steeds grotere publieke belangstelling verheugen.

Omdat de soldaten die onder geallieerde vlag in het westen vochten, door de machthebbers in hun land van herkomst min of meer als ongewenste vreemdelingen werden beschouwd, bleven ook Wieliszek en Wylenzek lange tijd onkundig van het lot van hun familieleden in Polen. Wieliszek mocht in 1958 voor het eerst zijn geboortestreek bezoeken, Wylenzek moest tot 1960 wachten voor hij Polen in mocht. Daarna kregen zij wat makkelijker toegang, al bleef het iedere keer opnieuw een hele onderneming om de grensposten in het Oostblok te passeren.

Op het moment dat Wieliszek en Wylenzek zich weer probleemloos in Polen zouden kunnen vestigen, hoeft het voor het tweetal niet meer. 'We zijn nu te oud. Bovendien zouden onze echtgenotes daar niet meer kunnen aarden', voorspelt Wylenzek. Wel volgen ze enthousiast de pogingen van het land om een nieuwe maatschappelijke en economische orde te introduceren. 'Als Polen zich zo blijft ontwikkelen, kan het over twee jaar bij de Europese Unie', meent Wieliszek. 'Dat zou eindelijk gerechtigheid geven, want we zijn indertijd door datzelfde West-Europa uitgeleverd aan Stalin.'

Copyright: de Volkskrant

top

 

de Volkskrant, Media, 31 augustus 2004 (pagina 220)

Dolle Dinsdag


 

De nadering van de geallieerden, begin september 1944, veroorzaakte in Nederland een soort massapsychose: massaal namen Duitsers en NSB'ers de vlucht naar het oosten, uit vrees dat ze door de geallieerde troepen zouden worden overvallen. Dolle Dinsdag is dit oorlogsmoment gaan heten.

Twee aspecten worden belicht in Andere Tijden. In de eerste plaats de vraag hoe het bericht over de geallieerde opmars in Nederland de wereld in kwam. Op Radio Oranje bracht minister-president Gerbrandy de boodschap, dat is algemeen bekend. Andere Tijden vond ook de extra nieuwsuitzending van de BBC terug, die de naderende bevrijding van Nederland aankondigt. Bron van het bericht waren meldingen uit Breda en omgeving dat daar al geallieerde militairen waren gesignaleerd.

Het aspect waarop Andere Tijden het uitvoerigst ingaat, is een onbekend gebleven bloedbad in een trein vol vrouwen en kinderen van NSB'ers bij Diemen. De trein was op weg van Diemen naar het oosten, toen hij werd beschoten door Engelse vliegtuigen. De gevolgen waren gruwelijk: meer dan dertig doden, en honderd gewonden. Opmerkelijk is dat deze gebeurtenis nergens is beschreven, dat er nooit over is gesproken.

Copyright: de Volkskrant

Andere Tijden: Dolle Dinsdag, Nederland 3, 20.55 uur.

top

 

NAAR BOVEN TERUG